Leestafel : Onze nieuwe aanwinsten.


Boeken

Nieuwe historische roman van Herman de Vilder

"Beruchte kunstroof in Vueren"

In 1624 greep er een kunstroof plaats in het kasteel van Tervuren tijdens het bewind van de Aartshertogen Albrecht en Isabella. De toenmalige burchtheer werd voor deze roof veroordeeld en belandde in de gevangenis. Dit spannende verhaal wordt nu weer tot leven gebracht in de historische roman

"De beruchte kunstroof in Vueren".

Het boek werd geschreven door Tervurenaar en kunstkenner Herman De Vilder en is een eerbetoon aan het opzoekingswerk van wijlen Maurits Wynants over dit onderwerp.

U kan dit unieke boek aankopen voor 20 euro (+6 euro verzendkosten). Gelieve het bedrag over te maken op rekeningnummer:

BE48 7344 2612 2827
van vzw De Vrienden van de School van Tervuren, met vermelding ‘Kunstroof, HDV’.

info: jan.van.eeckhoudt@telenet.be

 

Besprekingen: Vic Motte en Frank Ruttens
 
Herman Swinnen (red.) e.a.
De volkstelling van 1702 in Brussel en omgeving
(2018), Leuven - 1351 p. (3 delen)
 
 
Familiekunde Vlaanderen, Regio Leuven publiceerde in 2014 ‘Volks-telling 1702 in oostelijk Vlaams-Brabant’ (waarvan een exemplaar in onze archiefbibliotheek). Een grote groep vrijwilligers zette zich aan het werk om de volkstelling van 1702 in het Brusselse uit te kienen. Dat mondde uit in de indrukwekkende editie van deze drie boekdelen. In het eerste deel krijgen we informatie over de historische context van die telling.
Deze regio heeft in de loop van de eeuwen heel veel contacten gehad met Brussel, niet alleen bestuurlijk en economisch maar ook sociologisch. Heel wat van de Brusselse bevolkingsaangroei kwam vanuit deze streken. Genealogen hebben er dus alle belang bij om ook de archieven van de Brusselse parochies en deze van de rand rond Brussel uit te pluizen. We zitten in volle Spaanse successieoorlog (Spanje-Frankrijk) met een Franse bezetting van onze gewesten tot 1713. De volkstelling (inclusief ook hier en daar inwonende dieren en personeel) gebeurde met het oog op het innen van belastingen. De overheid had immers dringend geld nodig bij al die oorlogen. Deel 1 geeft ook informatie over leefgewoonten, de indeling van Brussel in wijken en parochies en voegt een verklarende lijst bij met oude benamingen die in onbruik raakten.
Hoofdbrok – over delen 1 en 2 – wordt echter gevormd door een lijst van huizen en huisgezinnen per kwartier. Elk kwartier werd nog onderverdeeld in wijken (10 kwartieren en 40 wijken in het totaal). Ook Anderlecht, Boendaal, Bosvoorde, Drogenbos, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Haren, Jette, Laken, Neder-Heembeek, Over-Heembeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Jans-Mo-lenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Watermaal en Oudergem komen aan bod.
Het zou een onmogelijk werk worden voor genealogen om in die ‘oceaan’ te gaan zoeken naar mogelijke voorzaten maar geen nood. Het derde deel bevat een index van persoonsnamen met een verwijzing naar de passage ervan in een van de voorgaande delen.


Herman De Vilder
Beruchte Kunstroof in Vueren
Historische Roman – (2018), Tervuren 255 p., geillustreerd.
 
De tweede roman van Herman De Vilder – na ‘Dood van een Landschapsschilder’. Ik las hem in één adem uit, zoals ik ooit de verhalen van James Bond en Poirot verslond.
Spannend verhaal. Mooi vloeiende, sierlijke taal, klaar en duidelijk om het verloop te volgen.
Tijdens het lezen moest ik voortdurend denken aan mijn activiteiten als reisleider in het Italiaanse Calabrië. Wat heeft dat boek nu te maken met die tip van de Italiaanse laars, deel van het vroegere Magna Graecia, zal je vragen. Wel, in deze prachtige regio duiken voortdurend verhalen uit de Griekse mythologie op. Telkens wijs ik er mijn publiek dan op dat deze oude verhalen stoelen op een onderlaag van werkelijkheid. Zo is er die fameuze sage over de twee monsters Scylla en Charybdis die huisden op de kusten van Calabrië en Sicilië, ongeveer drie kilometer uit mekaar. Beiden waren levensgevaarlijk en een nachtmerrie voor de voorbijvarende zeelui. Maar vandaag de dag nog vergen de gevaarlijke stromingen in die zeestraat voor de nodige zeemanskunst van doorvarende schippers. Je krijgt dus een laagje realiteit met daar bovenop een heerlijke afdekking door een ‘romig’ verhaal. Ook in bovengenoemd boek is dat het geval: een basis met historische waarheid, overgoten met een mooi verhaal.
Herman De Vilder baseerde zich voornamelijk op de studie van Maurits Wynants, ‘De Tervuurse schilderijenroof van 1624’ in De Horen. (1) Historische werkelijkheid dus, in die tijd genotuleerd en waarvan de documenten zich momenteel in het Algemeen Rijksarchief te Brussel bevinden. Het basisgegeven handelt over een echt gebeurde (mislukte) roof van 50 waardevolle schilderijen en andere waardevolle voorwerpen uit de zalen van het Tervuurse hertogelijk kasteel ten tijde van Albrecht en Isabella. Dit maar om te zeggen dat de omschrijving ‘historische roman’ altijd in acht moet genomen worden: het is een mengeling van fantasie en werkelijk gebeurde historische feiten. Bij het lezen flitsten me dan ook regelmatig reacties door het hoofd, gaande van “heel juist”, “inderdaad”, “tiens”, “dat zal ik toch eens moeten terug opzoeken” tot “dat is toch twijfelachtig” en “dat kan beslist niet”. Maar dan corrigeerde ik mezelf steeds in de wetenschap dat ik aan een prachtige roman bezig was, geen echt geschiedkundig werk. Samengevat: vanaf deel 3 van het boek, de eigenlijke diefstal en de juridische nasleep, klopt alles perfect, zelfs de geciteerde namen en plaatsen, maar dan geschreven in een vloeiende adembenemende verhalende stijl. Wat daarvoor kwam is dan een mooi, grotendeels gefantaseerd verhaal. Prachtig evenwel hoe de auteur ons weet mee te slepen in de sfeer van ons dorp, zowat vier eeuwen geleden.
De schrijver laat historicus Marcel Vander Haegen, die een nazaat is van de dief Frederik Vander Haegen, in 1950 in contact komen met pastoor Davidts uit Tervuren. Die bezorgt Marcel een documentenbundel uit begin de zeventiende eeuw, waarin diens voorvader schrijft over zichzelf en over wat hij meemaakte naar aanleiding van de beruchte schilderijenroof waarvoor hij aangeklaagd en voor de hogere rechtbank gebracht werd. De historicus vertelt nu wat hij in de bundel gelezen heeft en voegt hier en daar persoonlijke bedenkingen bij.
De auteur voegt er aan het eind nog een gefantaseerd einde aan toe om het geheel af te ronden. De oorspronkelijke procesbundel uit het Rijksarchief geeft immers geen uitsluitsel over het verdere verloop van de zaak. Dat deel ervan is mogelijk verloren gegaan.
 
1. In afleveringen verschenen in De Horen 19 (1992) nr. 1, p. 4-9; nr. 2, p. 52-60; nr. 3, p. 118-129 en De Horen 20 (1993), nr. 1, p. 4-11.
 

Theodoor van Loon
Monografie
 
Bij de tentoonstelling over Theodoor van Loon (1582-1649), die in het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) liep van 10 oktober 2018 tot 13 januari 2019, hoort een catalogus. Ter gelegenheid van ons geleid bezoek aan deze tentoonstelling op 1 december jongstleden, schaften wij ons dit werk aan. Het is uitgegeven in de reeks ‘Bozar Books’ onder de redactie van Sabine van Sprang en telt 236 stijlvolle pagina’s. Een eerste gedeelte bestaat uit een verzameling van zeven essays die de meest kenmerkende aspecten van deze atypische schilder uitdiepen. Hierin wordt de relatie van van Loon met de caravaggisten beschreven en wordt zijn schildertechniek onder de loep genomen. We leren onder meer wat ‘doodverven’ is, nl. het gebruik van een erg vloeibare monochrome bruine verf waarmee de compositie van een schilderij en de verdeling tussen licht en schaduw wordt vastgelegd.
Het tweede gedeelte van het boek is de eigenlijke catalogus. Net als bij ons bezoek aan de tentoonstelling gaan we met de schilder mee op reis naar Italië waar hij door contacten met andere meesters (Pino, Barocci, Caracci en Caravaggio) zijn eigen beeldtaal kon smeden. In Italië ontmoette van Loon ook ‘landgenoten’ Wenzel Coeberger en Peter Paul Rubens. We volgen de carrière van van Loon in de Nederlanden en staan uitgebreid stil (op pagina 158) bij de schilderijen die hij maakte voor de vernieuwde Sint-Hubertuskapel van Tervuren. De bekering van de heilige Hubertus, het grotere werk van de drie, was duidelijk bedoeld om boven het hoofdaltaar te worden opgehangen. Het kostte 800 gulden, waar de twee kleinere werken voor de zijaltaren (‘De heilige Hubertus ontvangt de stola’, dat aanvankelijk links van het hoofdaltaar hing, en ‘Maria met Kind tussen Johannes de Doper en Johannes de Evangelist’, bedoeld om rechts van het hoofdaltaar te hangen) elk 700 gulden kostten.
De legende van het hert met een kruisbeeld in zijn gewei bood niet alleen de gelegenheid om het kasteel waar de kapel zich op het voorhof bevond, te profileren als jachtslot, maar ook en vooral om boven het hoofdaltaar, waarop de (onze) vermeende jachthoorn één keer per jaar werd tentoongesteld, permanent te herinneren aan de band van Hubertus met Tervuren. De ons bekende jachthoorn wordt mooi afgebeeld in de catalogus naast de vernoemde schilderijen en een ander, kleiner werk (van de School van de Zuidelijke Nederlanden) dat een zicht biedt op het kasteel van Tervuren vanuit het oosten (ca. 1768).
Dit boek kan worden ingekeken in onze archiefruimte op de kelderverdieping onder het gemeentehuis.
 
 
Manfred Sellink, Ron Spronk e.a.
Bruegel, De Hand van de Meester
Uitgeverij Hannibal, (2018), Veurne - derde druk, 304 p., geïllustreerd.
 
Naar aanleiding van de grote tentoonstelling ‘Breugel, the Hand of the Master’ in Wenen, publiceerde de genoemde uitgeverij een vertaling van de catalogus. Deze tentoonstelling (2 oktober 2018 – 13 januari 2019), gehouden naar aanleiding van de 450e verjaardag van de dood van Pieter Bruegel de Oude (1525/30-1569), de grootste kunstenaar van de 16e eeuw, was de bekroning van een heel bijzonder project. Voor het eerst slaagde men er in om driekwart (30) van de nog bestaande schilderijen van de meester en de helft van de nog gekende prenten en tekeningen van hem bij mekaar te brengen (35) in het Kunsthistorisches Museum te Wenen. Veel van de hier niet aan-wezige schilderijen verkeren in een toestand die het vervoer ervan onverantwoord maken. Dat deze tentoonstelling in het Weense museum plaatshad, mag ons niet verwonderen. Het bezit immers de grootste verzameling werken van Pieter Bruegel de Oude. Het kunstbezit van Habsburgse keizers heeft hier uiteraard een grote rol gespeeld. Aan de tentoonstelling ging een studiewerk van zowat zes jaar vooraf en ze is eigenlijk de aanzet van een aantal internationale (en Belgische) initiatieven n.a.v. het Breugeljaar 2019.
De uitgave, die we in ons bezit hebben, is een pareltje. Dit verkleinwoord is hier enigszins misplaatst want de knaap van 304 bladzijden is meer dan een pareltje, eerder een klomp edel metaal. Niet alleen krijgen we afbeeldingen van de tentoongestelde werken te zien, hier en daar op groot formaat, maar elk schilderij en iedere ets of tekening wordt wetenschappelijk ontleed, besproken en beschreven. Daarnaast krijgen we ook afbeelding en besprekingen van kunstenaars uit de tijd, die ofwel in navolging van Breugel werkten, ofwel etsen maakten van zijn tekeningen.
Wie Pieter Bruegel, of een van zijn werken grondiger wil bestuderen, wordt met deze uitgave gesneden brood aangereikt. We nemen maar één voorbeeld: als nr. 81 op de tentoonstelling werd het doek ‘De Dorpskermis’ (ca. 1568) opgehangen. De pagina’s 266 en 267 zijn volledig bedekt met de kleurenreproductie, zodat je een prachtig beeld krijgt van het werk. Maar hierna volgt dan een haarfijne beschrijving en bestudering van het werk, telkens geïllustreerd met detailweergaven: het dansende paar, het tafelgezelschap, dansende meisjes, nar met belletjeskap. Ik wil er bij vermelden dat de dorpskerk, afgebeeld op dat schilderij, door sommigen (onder wie Maurits Wynants) herkend werd als de kerk van Duisburg in de tijd dat Breugel ook naar het kasteel van Tervuren kwam.
We willen er ook aan herinneren dat er tussen 13 mei en 3 september 2006 in ons toenmalig museum Hof van Melijn een unieke tentoonstelling plaatshad van 16e-17e-eeuwse navolgers van Bruegel. Daarnaast organiseerde onze kring ook een aantal geslaagde activiteiten, zoals een uitbeelding, muziekopvoeringen, toneel, boerenfeest…
 
Elders gelezen
 
Alexandra van Dongen, Abdelkader Benali e.a.
Voorwerp van Gesprek, de Wereld van Breugel
Uitgeverij Hannibal, (2018), Veurne, 120 p., geïll.
 
Naar aanleiding van de grote tentoonstelling ‘Breugel, the Hand of the Master’ in Wenen, publiceerde uitgeverij Hannibal, naast de catalogus hierboven, dit zeer interessante werk.
Ze liet drie auteurs los op ‘De strijd tussen Carnaval en Vasten’, het meesterwerk van Pieter Breugel de Oude uit 1559. Dit schilderij is een ongelooflijke informatiebron voor alledaagse gebruiksvoorwerpen uit het midden van de zestiende eeuw. Katrien Lichtert bekijkt de objecten uit het standpunt van de kunstgeschiedenis, Alexandra van Dongen behandelt de historische vormgeving en Abdelkader Benali geeft er telkens een poëtische benadering bij.
Zo komen we meer te weten over carnavalsgerechten, het kerkbezoek, de bedelaars, de broodspaan (houten blad met steel), de rommelpot (speeltuig), het schertsglas (soort drinkglas), de teljoor, de driestal (zitbankje), de prekestoel en nog veel meer uit de tijd van Breugel.
Gelukkig hebben een aantal prestigieuze musea, zoals dat van Bokrijk maar ook Boijmans van Beuningen, het Rijksmuseum van Amsterdam e.a. sommige van deze voorwerpen in hun collectie bewaard, zodat ze nog kunnen beschreven worden. Dit zijn evenwel enkele spaarzaam gebleven relicten want toen ook, zoals het de dag van vandaag gaat, werden vele van deze gebruiksvoorwerpen van de hand gedaan als oud vuil en verdwenen ze op belten of in het haardvuur.

 

Tijdschriften, in ons archief in te kijken:

Blikveld
Koning Boudewijnstichting, 2018-04.
Het Rubenshuis in Antwerpen kan in het vervolg het werk ‘De Apostel Mattheüs’ van Antoon Van Dyck, tentoonstellen. Er werd vervolgens subsidie verleend om de prachtige maquette van het oude Rome in de musea van het Jubelpark op te frissen en te voorzien van een klank- en lichtinstallatie. Van deze maquette bestaan er nog twee gelijkaardige in Frankrijk en de VS. Het Antwerpse Museum Plantin-Moretus kreeg van de stichting het enig overgebleven exemplaar van de kaart Utopia doorgespeeld uit een reeks van 12. Deze kaart was een van de pronkstukken op de tentoonstelling Utopia in Museum M te Leuven in 2016.
Ze stelt het gefantaseerde eiland Utopia voor, uitgedacht door Thomas More in 1515. De kaart van cartograaf en humanist, Abraham Orte-lius, dateert echter uit 1595-96.

Brabants Cronikel
Tijdschrift voor familiegeschiedenis, 2018-04.
We treffen hier een soort vervolg op de beroepsdynastieën uit vorig nummer. De familie Mee(u)s was een chirurgijnsdynastie met vertakkingen in Leefdaal. We lazen dat de achttiende-eeuwse Peeter Michiel Meeus gehuwd was met Elenora Lulliers uit Tervuren.
In een ander artikel gaat het over de levensduurte in 1781. Daarbij wordt gerefereerd naar gegevens over chirurgijn Deodatus Dumoulin, wiens dochter Catharina gehuwd was met notaris Peeter Mastraeten uit Tervuren.
In de maand juni van 1783 barstte op IJsland nabij Vatnajökull de Lakigigarvulkaan uit. Een enorme eruptie die in de zomer gedurende maanden over Noordwest-Europa een zwavelachtige droge nevel liet hangen. Studies bij ons (Aarschot, Rillaar) wijzen op een verhoogd aantal sterfgevallen.
 
Eigen Schoon en de Brabander
Koninklijk Historisch Genootschap van Vlaams-Brabant en Brussel, 2018-04.
Het artikel over de Annales Parchenses trok onze aandacht. Het is een manuscript (initieel uit 1148) dat na een massaverkoop in de Parkabdij in 1829, uiteindelijk terecht kwam in The British Library, waar het een van de talrijke pronkstukken is. Verder ook een bijdrage over Judocus Ackermans, een welgestelde priester uit Everberg (1684-1743). Hierover meer op pagina 8.
 
Gerardimontium
Heemkundige Kring Geraardsbergen, 2018/281 en 282.
We kunnen in nummer 281 het vervolg lezen op een artikel over het merkwaardige ontstaan van de stad, die in 1068 als eerste in het Vlaamse land (in casu in het Graafschap Vlaanderen) een middeleeuwse stadskeure ontving. Het derde deel volgt in het nummer 282.
Uit een ander artikel in nummer 282 blijkt dat de stad Geraardsbergen, bij de wapenstilstand op 11 november 1918, de verst vooruitgeschoven plek was waar de geallieerden (de Fransen) in Vlaanderen de Duitse legers achteruitgedreven hadden.
 
Huldenbergs Heemblad
Huldenberg, Loonbeek, Neerijse, Ottenburg en Sint-Agatha-Rode, 2018-04.
Met een aantal artikels over o.a. 15 mei 1940, wanneer op de grens van Ottenburg en het Waalse Gastuche, nabij de brug van Laurensart, een hevig gevecht geleverd werd tussen Duitse en Engelse troepen.
In een andere bijdrage heeft de schrijver het over een zekere Jean-Baptiste De Coster die bij de Slag bij Waterloo Napoleon zou misleid hebben met verkeerde informatie. Zijn afstammelingen kwamen in Neerijse wonen.
 
Kadoc
Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum, Leuven, 2018-03 en 04.
In het laatste nummer van 2018 lezen we een en ander over schilder-glazenier Eugeen Yoors, wiens archief bij Kadoc berust. Kadoc kwam ook in het bezit van het archief van Albert Pelckmans (1910-1994). Met hem zitten we in de wereld van de uitgeverijen. Hij werd directeur van de Nederlandse Boekhandel en richtte zelf de uitgeverijen Pathmos en Helios op. Hij was ook de bezieler van het Guido Gezellegenootschap. Momenteel is de uitgeverij Pelckmans vooral actief op gebied van schoolboeken.
 
Leuvens Historisch Genootschap Nieuwsbrief
2019-01, (nr. 59).
Wie zich voor Leuven interesseert, vindt in dit nummer heel wat voer. Zo verneem je meer over bekende en minder bekende gangen, kleine steegjes die nu nog bestaan of in de loop van de geschiedenis een andere bestemming kregen.
Het Leuvens Genootschap ijvert o.a., zoals onze kring trouwens, voor het behoud van onroerend erfgoed. Soms met succes, soms is het vechten tegen onbegrip, soms lijden ook zij nederlagen. Momenteel spannen ze zich in om het gebouw van de verpleegstersschool op de zgn. Hertogsite aan de Kapucijnenvoer te behoeden voor afbraak.
 
Melijn
Vrienden van de School van Tervuren, 2018-04.
Dirk Thijs Van den Audenaerde geeft voorbeelden van kunstwerken die uit musea en reserves spoorloos verdwenen en gaat op zoek naar de oorzaken hiervoor. Vic Motte beschrijft de tentoonstelling ‘Tiepolo tot Richter’, van 24 mei tot 30 september in het Jubelpark. André Degeest heeft het over de Brabantse fauvisten. Herman De Vilder ten slotte vertelt over de roof en de eventuele teruggave later van kunstwerken.
 
Science Connection
Federaal Wetenschapsbeleid, nr. 59, januari-februari 2019.
Hier heel wat aandacht voor de heropening van het Afrikamuseum. ‘Temas’ is een project dat historische onderzoekers probeert te helpen in hun speurwerk. Het afgelopen jaar stond bol van initiatieven ter herdenking en bestudering van de Eerste Wereldoorlog. De periode die er onmiddellijk op volgde is echter even belangrijk, een artikel hierover.

De Semse
Heemkundige Kring van Zemst, 12/2018; 01 en 02/2019.
Bij het lezen van de bijdrage ‘Migratieproblemen in de 16e eeuw’ kun je je niet van de neiging ontdoen om vergelijkingen te maken met de huidige migratiegolf. Toen echter gebeurde deze van de Zuidelijke Nederlanden naar de Noordelijke Provincies en eveneens om verscheidene redenen.
In het februarinummer lezen we o.a. over het reglement waar de kosters zich in de 18e eeuw moesten aan houden. Ook over een voorwerp uit de collectie van de kring: een ‘knipwaage’. Het is een soort klein, makkelijk op te bergen middeleeuws weegschaaltje, meestal door marktkramers gebruikt, voor het wegen van muntstukken.
 
Tijd-Schrift
Heemkunde Vlaanderen, 8e jrg., 2018-03.
Het is een themanummer. Alle bijdragen houden verband met criminaliteit in al zijn vormen en de bestrijding ervan. Zo vernemen we een en ander over de repressie van ketterij in de 16e eeuw, prostitutie in Antwerpen in de 19e en 20e eeuw, landloperij, collaboratie en het geweld er rond, het gevaar van de aanwezigheid van Chinese arbeiders in de Westhoek na de Eerste Wereldoorlog.
 
Zoniën
Heemkringen uit Overijse en Hoeilaart, 2018-04.
Hier ook een aantal artikels over de Eerste Wereldoorlog. Onze collega’s kwamen in het bezit van een fragmentarisch dagboek, eigenlijk een pakket brieven van soldaat Isidore Crokaert (°1890), dat een beeld weergeeft van het soldatenleven achter het front. De bundel aantekeningen van soldaat Frans Hernalsteen (1880-1962) geeft een gelijkaardig verhaal. Michel Erkens vond meer over spaarzame activistische propagandapogingen in februari 1917 te Hoeilaart en te Overijse.