Heet van de naald

 

Reproducties van Heylbrouck te koop

In samenwerking met de Heemkundige Kring, wil Tom Vanleeuwe extra afdrukken laten maken van de twee gravures van Heylbrouck, die het hertogelijk kasteel afbeelden, zowel aan noordzijde als aan zuidzijde.

Door een misverstand werd gesteld dat de reproducties in kleur zouden zijn. Ze zullen echter in zwart-wit verkocht worden. We bekijken nog of ze ook eventueel in kleur zouden kunnen aangemaakt worden.

We zouden ze verkopen tegen de prijs van

10 euro het stuk.

Wie geïnteresseerd is in deze reproducties, mag zijn naam en adres opgeven en 10 euro overschrijven op rekeningnummer

BE78 0680 4029 0086
van de Kon. Heemkundige kring Sint-Hubertus Tervuren

Noordzijde

Zuidzijde

 

Medewerkers gevraagd:

Wij van de Heemkundige kring kunnen nog steeds helpende handen gebruiken, zowel in ons archief- en documentatiecentrum als bij de organisatie van aktiviteiten. Wie zich geroepen voelt om ons een handje hulp toe te steken als losse medewerker mag zich steeds melden. We zullen jullie met open armen ontvangen.

 

Nieuws uit de regio

7 augustus 2018 – De droogte

Sinds vele dagen hadden we geen druppel regen gezien. De hitterecords sneuvelden bijna, iedereen zuchtte en pufte onder temperaturen van 30 graden en meer. Op 7 augustus trok er een onweer over onze regio. In de Zuerbergstraat in Duisburg moest de brandweer uitrukken voor een woningbrand, veroorzaakt door blikseminslag. In Duisburg hebben op dat moment de jaarlijkse dorpsfeesten plaats. Door de hevige wind waaide de feesttent weg. Materiaal ter plaatse werd hierdoor fel beschadigd.
Vic Motte
 

De werken

Sinds maanden wordt de Tervurenlaan onder handen genomen. Bomen zijn gekapt, nieuwe fietspaden zijn aangelegd, vers asfalt gegoten. Stilaan komt het einde er in zicht, na alle ellende die deze werken meegebracht hebben, alle luchtvervuiling van het stilstaand verkeer. Tegelijk met de laatste fase werd ook Vossemberg afgesloten in Vossem om er sommige wegplaten te vernieuwen. Het leek wel op een Kafkaiaanse beslissing om dat er op dat moment nog bij te nemen. Chauffeurs raakten in paniek bij het zoeken naar een doorgang, fietsers werden net niet van de weg gereden in de Bredeweg, die tot sluipweg werd gedegradeerd, bussen volgden niet meer hun gewone traject. Maar stilaan komt alles weer tot zinnen en als de nieuwe bomen op de Tervurenlaan geplant zullen zijn, en het nieuwe gras ingezaaid, zal het niet meer lang duren voor iedereen weer wat meer relaxed de weg zal opgaan.
Fons Vandendael
 

De bootjesvijver binnenkort doorwaadbaar?

Menig Tervurenaar heeft zich wel al eens afgevraagd wat er toch mis is met de Sint-Hubertusvijver of burchtvijver, ook bekend als bootjesvijver. Veel water staat er niet meer in. De smurrie die vrij komt te liggen oogt (en bij momenten ruikt) niet bijzonder fraai. De watervogels zoeken andere oorden op en de getuigen van een ver verleden, de witte stenen overblijfsels van eerdere constructies om randen en eilandje te beschermen, komen helemaal bloot te liggen. Wat is er aan de hand?
 
1. Wat vertelt de geschiedenis ons over het ontstaan van de bootjesvijver en de vijvers in het Warandepark?

Deze eerste vijver van een reeks lag aan de voeten van wat destijds ons befaamde hertogelijk kasteel was. Het kasteel zelf lag op de landtong, gevormd door de samenvloeiing van Voer en Maalbeek. Die op hun beurt vrij moerassige waterlopen waren.
De Maalbeek liep over een laaggelegen deel van de huidige Tervurenlaan, om via een broek (ander woord voor moeras – vandaar de huidige Broekstraat), in het moerasgebied te vloeien, later omgevormd tot vijvers. De Maalbeek is ondertussen volledig verdwenen en vervangen door rioleringen.
De Voer zorgde destijds, maar ook nog vandaag, voor een groene ader tussen het bosgebied (aan de rand momenteel volgebouwd) en de hogergelegen eerste vestigingen van wat onze gemeente is geworden. Aanvankelijk zorgde ze voor de bevloeiing van enkele vijvertjes die zich vormden langs wat thans de Hertenbergstraat is. Later kreeg ze een eigen bedding, los van de vijvers (waarvan de overblijfsels de Robianovijvers zijn).
De oorspronkelijke naam van de vijver, burchtvijver, verwijst dus naar wat ooit de pracht was van de warande, de burcht of het kasteel van de hertogen van Brabant.
Het ontstaan van de vijvers situeren we in de 13e eeuw. Bij de bouw van de burcht omstreeks 1210 gaf men het moerassig gebied rond de landtong vorm door er een vijver van te maken, aansluitend bij het kasteel.
Aanvankelijk kende men het aanleggen van vijvers voor de viskweek niet. Pas toen de kerkelijke wetgeving de vasten invoerde, wat inhield dat de gelovige tijdens een bepaalde periode geen vlees mocht eten, werd er gezocht naar alternatieven. En wat lag meer voor de hand dan een visje, dat vers kon bovengehaald worden? De aanwezige visvoorraad liet trouwens ook toe om op andere momenten het menu te variëren.
Later, we onthouden 1767, modelleerde Karel van Lorreinen een gedeelte van zijn vijvers in de warande naar een kanaal. Met een gondel liet hij zich naar zijn manufactuur varen, gelegen op de (huidige) oversteek tussen Leuvensepoort en Spaans Huis. Voorwaar een romantisch boottochtje.
Dat Spaans Huis (of Gordaalmolen) is eigenlijk een vroegere watermolen (een van de 12 die in de loop der tijden op de volledige loop van de Voer aanwezig waren), waar het graan uit de omgeving werd vermalen. De vijver net voor het Spaans Huis, ook wel Gordaalvijver genoemd, diende als reservedebiet voor het waterrad van de molen.
Kortom onze voorouders wisten de aanwezige natuurelementen in de omgeving van onze warande, goed voor hun culinaire en andere utilitaire noden te gebruiken.
 
2. Waar komt het water vandaan dat onze warandevijver bevoorraadt?

 Lemen ondergrond
 
De regio waarin we ons bevinden, kenmerkt zich door een voornamelijk lemen ondergrond. Water kan er slechts langzaam insijpelen en zoekt zich een weg naar de lagergelegen watertafels. Dit zijn ondergrondse waterreservoirs, waarin het water opgevangen wordt, afkomstig van de hoger gelegen plateaus.
Onze watertafels geven hun water af in de lagergelegen valleien. Dat kan je mooi zien in het 12 Apostelbos, het enige (als dusdanig erkende) natuurreservaat dat onze gemeente rijk is. Het pad langs de Voer, vertrekkend van Vossemvijver tot aan de Kouterstraat, laat op verschillende plaatsen waterpartijtjes zien, die hun overtollige vocht in de Voer lozen.
Dit kwelwater bevoorraadt dus voor een gedeelte (al) onze vijvers in de warande. Zij krijgen hun water van onzichtbare ondergrondse bronnetjes die dit water laten opborrelen en zo de vijvers blijvend van water voorzien. Wat dus verklaart waarom onze vijvers, tenminste voorbij onze bootjesvijver, zelf in deze droge zomer-periode een mooie waterspiegel behouden.
 
 Bron van de Voer in het Kapucijnenbos
 
Een tweede aanvoer van water in de bootjesvijver is afkomstig van de Voer. Ons riviertje, dat tevens aan de oorsprong van de naamgeving van onze gemeente ligt, ontspringt in het Kapucijnenbos. Wandelaars die het pad in het verlengde van de Hertenbergstraat opgaan, onderaan de Ringlaan, weten het wellicht liggen.
Ontspringen is veel gezegd. Veel water staat er momenteel niet meer in, en dat is een understatement. De ‘bron’ krijgt zijn water van de omliggende plateaus. Via een aanvoer-route die getrokken is in de vallei, gelegen achter het ‘broekgebied’ dat het water aanlevert voor onze bron. Kwelwater zou er, volgens een recente studie, niet of quasi niet aanwezig zijn. Wat betekent dat de bron voornamelijk gevoed moet worden door het afvloeiend water uit de omgeving. Maar er is duidelijk wat aan de hand met onze bron. De droogte van de voorbije weken en maanden, met amper regen en dus ook geen afvloeiend water, heeft er zeker iets mee te maken.
Er is nog een andere factor die het weinige water verklaart. Het agentschap Natuur en Bos, in samenspraak met de boswachters die instaan voor het Arboretum, voert momenteel werken uit aan het gebied. Ze hebben eerder de ‘monnik’ of tussenschot, die in normale omstandig-heden het water richting bovenloop vertraagt, hersteld.
Momenteel bereidt men het verwijderen van slib uit de vijver voor. Daarbij hoopt men opnieuw een normale poel te creëren, die het water bijhoudt. Dit slib is een gevolg van verlanding, wat op zijn beurt ook voor verdroging zorgt van onze Voerbronnen. Verlanding doet zich voor wanneer plantaardig materiaal zich gaat ophopen in de waterpartij. Wat dan weer op zijn beurt andere planten, tot zelfs hele bossen, mogelijkheden geeft om zich te vestigen en na verloop van tijd het water volledig te verdringen. Vandaar dat men momenteel alle bomen in en in de buurt van de waterpartij aan het kappen is.
In normale omstandigheden loopt het riviertje richting Panquin, langs de Voervallei in het centrum van onze gemeente. Aan het kruispunt van de Hertenbergstraat met de Duisburgsesteenweg is ze ingebuisd en mondt onze waterloop vervolgens uit in de burchtvijver. Maar het debiet is thans bijzonder zwak. Het weinige water dat er nog uitvloeit, is het gevolg van enkele kleinere bronnetjes tussen bron en Duisburgsesteenweg, die de bovenloop voeden.
In de plannen die voorliggen voor het Panquinproject, is de aanleg voorzien van een vijver, midden het gebied dat onze Voervallei verbindt met de warandevijvers. Op die plaats lag trouwens ooit een vijver, meer bepaald de Haeckvijver. Karel van Lorreinen liet hem omtoveren in een park met oranjebomen, geplant in kasten, speciaal gebouwd om deze uitheemse bomen te beschermen in de winter. Het openleggen van de Voer door de nieuwe toekomstige groene zone die onze Panquinsite zal verfraaien, was een nobel idee, maar blijkt te moeilijk wegens de diepe ligging van de bedding van ons riviertje.
 
 Regenwater nodig
 
Een derde, potentiële, aanvoer van water in de vijvers komt van regenwater. Onze regelgeving maakt een onderscheid tussen vuil water, afkomstig van huishoudelijke activiteiten en regenwater. Deze waters voeren we af, bij voorkeur via een gescheiden rioleringsstelsel. Het vuil water wordt naar het waterzuiveringsstation (RWZI) afgevoerd om er gezuiverd te worden. Om vervolgens opnieuw onze Voer te bevoorraden. Wie aan het brugje over de Voer in de Dorpsstraat te Vossem de moeite doet om even halt te houden, kan het gezuiverde water in onze waterloop zien storten.
Onze regenafvoer is een ander verhaal. In principe zou het regenwater, afkomstig van wegen en daken, opnieuw in de oppervlaktewaters moeten terechtkomen. Begrijp dus onder andere in de Voer, maar ook in onze bootjesvijver. Dit kan gebeuren door ofwel regenwater afkomstig van de daken en verharde oppervlakten en via de slikkers in de straten. Dat blijkt echter een iets moeilijker verhaal dan het lijkt. Voornamelijk omdat slechts een gedeelte van onze rioleringen, gescheiden stelsels zijn en daarenboven, zelfs in de straten die een gescheiden afwatering voorzien, niet iedereen is aangesloten met een afgekoppeld of gescheiden stelsel.
In onze gemeente hebben we onder andere een gescheiden stelsel aangelegd bij de werken uitgevoerd aan de straten die uitgeven op de Tervurenlaan en bij de heraanleg van de Vestenstraat, Kapellestraat, Peperstraat en Brusselsesteenweg. Dit rioleringsstelsel is met regenwater wel degelijk aangesloten op de bootjesvijver. Als het echter niet regent, krijg je natuurlijk geen aanvoer via de rioolmonden of slikkers. Bij deze trouwens een oproep om geen afvalstoffen in deze slikkers te gieten of werpen. Ze komen in onze oppervlaktewaters terecht, wat natuurlijk te vermijden is.
En zo krijg je een bootjes- of burchtvijver die almaar droger komt te liggen. Of bij een schaarse regenbui, wat aangevuld lijkt. Ook deze vijver heeft een monnik of tussenschot die het nog aanwezige water in de vijver moet houden. Dit tussenschot is stuk geweest maar zou ondertussen hersteld zijn. Gelukkig heeft onze Voer twee gedaanten op ons grondgebied. Er is de bron in het Kapucijnenbos die voor een zeer bescheiden waterloopje zorgt, stroomopwaarts van onze bootjesvijver. Daarnaast echter hebben we stroomafwaarts van de Vossemvijver een meer volwassen riviertje. Dat gevoed wordt door onze Vossemse vijver en alle daarop aangesloten vijvers in de Warande. Zoals hoger uitgelegd, zorgt voornamelijk kwelwater ervoor dat onze vijvers meer dan voldoende aanvoer bieden voor onze Voer, stroomafwaarts van de warande.

Mark Van Roy
(Met dank aan Vic Motte, voor zijn opzoekingen wat het historisch gedeelte betreft).
29 juli 2018

De Congolezen in de Groote Oorlog in de Sint-Janskerk

Op de website van ‘VISIT TERVUREN | Royaal in ’t groen’ lazen wij in de aankondiging van de expo “De Congolezen in de Groote Oorlog” in de Sint-Janskerk (van 30/6 tot 31/8/2018): “Honderdduizenden Congolezen namen als soldaat of als drager voor Europese officieren en onderofficieren deel aan de militaire veldtochten in Afrika.” “Honderd-duizenden!” Het Belgisch-Congolese leger van de Groote Oorlog was dus groter dan het Belgisch-Belgische? Dit moest een spectaculaire recente ontdekking zijn want volgens onze oude boekjes had de Congolese Force Publique nooit meer dan 14.000 manschappen. Vol verwachting togen wij naar de Sint-Janskerk. Aan de ingang van de expo is het goed uitkijken: er staat op een bordje dat daar deel 3 begint, maar naar deel 1 is het zoeken. Zoals heel de tentoonstelling trouwens een zoeken is, namelijk naar de bedoeling ervan. In deel 1 wordt de geschiedenis van de Force Publique geschetst, een militaire politiemacht, door Koning Leopold II in 1886 opgericht om de orde te handhaven in zijn Congo Vrijstaat. (De teksten op de borden vertonen een opvallende gelijkenis met wat, en hoe, de Engelse Wikipedia daarover schrijft). In 1914, het was toen al enkele jaren ‘Belgisch Congo’, bestond de Force Publique uit 17.000 Afrikaanse soldaten (‘askaris’), omkaderd door 178 blanke officieren en 235 blanke onderofficieren.
Tijdens de Groote Oorlog verdedigt zij eerst de landsgrenzen van Belgisch Congo, verovert daarna de controle over het Tanganyikameer op de Duitsers en neemt deel aan vier geallieerde campagnes tegen Duitse kolonies, in Kameroen, Noord-Rhodesië en Duits Oost-Afrika. Vanaf 1916 is de Force Publique voldoende sterk uitgebouwd om zelf in de aanval te gaan. Op 17 juni 1916 is het gebied dat later Rwanda en Burundi zou worden, veroverd op de Duitsers. Op 19 september 1916, na een zware veldslag, nemen de Congolese troepen Tabora in, het administratief centrum van Duits Oost-Afrika. In 1917 trekken ze nog verder zuidwaarts en bezetten een ander belangrijk centrum, Mahenge. De Force Publique / het Belgisch-Congolees leger controleerde dan een derde van Duits Oost-Afrika. Het was een heroïsche veldtocht van een 25.000 man sterke troepenmacht, onder het bevel van luitenant-generaal Charles Tombeur, ondersteund door tienduizenden dragers die het materieel van alle soldaten (dus niet alleen “voor de Europese officieren en onderofficieren” zoals VISITTERVUREN schrijft) in moeilijke omstandigheden door de brousse droegen. De veldtocht van de Belgisch-Congolezen, al vanaf de verovering van de controle over het Tanganyikameer, was zonder meer spectaculair en efficiënt, een waar exploot, maar krijgt in België blijkbaar niet genoeg aandacht. Een reizende expo als deze nu in de Sint-Janskerk zou dan een middel kunnen zijn om daaraan te verhelpen. Doch helaas, veel meer dan wat daarover in de Wikipedia en de geschiedenisboekjes staat, komen wij niet te weten. Wie waren die Congolese soldaten? Hoe werden zij en hun dragers gerekruteerd? Hoe werden zij opgeleid? Hoe waren zij georganiseerd tijdens de veldtocht? Waar en hoe hebben zij zich onderscheiden? Wie waren hun helden? Werden zij beloond na de oorlog? Gedecoreerd? Hadden zij ook oud-strijders-verenigingen? Zijn er Congolese herdenkingen? Monumenten in Congo? Deze expo was een unieke gelegenheid om dat eens grondig uit te zoeken. ‘Men’ kan blijven zagen dat de Congolese soldaten van WO I vergeten worden, maar ‘men’ zou ook kunnen proberen daar iets serieus aan te doen, bijvoorbeeld door eens grondig te gaan snuisteren in de archieven van de Force Publique en daar dan een boek over te schrijven en enkele gefundeerde suggesties te doen. Succes en media-aandacht gegarandeerd in deze tijden van diversiteit en inclusiviteit. En het is nooit te laat voor een nieuwe straatnaam of een standbeeld, hebben wij laatst nog kunnen lezen. Overigens geldt het voorgaande evenzeer voor honderdduizenden inmiddels vergeten Europese slachtoffers, militairen en burgers, van de Groote Oorlog. Gelukkig bestaan er nog heemkundige kringen.
Maar keren wij terug naar onze Sint-Janskerk, de andere kant nu. In deel 2 van de expo worden 32 Congolezen opgevoerd die in 1914 in België in de Groote Oorlog waren verzeild geraakt. Twee daarvan namen dienst in het Korps der Congolese Vrijwilligers, dat op 5 augustus 1914 werd opgericht uit oud-kolonialen en kolonialen op verlof in België. Over de 274 blanke vrijwilligers van dat korps (onder wie één geboren Tervurenaar) vernemen wij niets. Dat korps werd ingezet in de slag bij Namen van 20 tot 23 augustus 1914 en werd daar blijkbaar grotendeels gevangengenomen (Ernest Claes schrijft daar terloops over in zijn boek “Namen 1914”). Ook milicien Albert Kudjabo zal pas op 28/11/1918 vrijgelaten worden uit het Duitse krijgsgevangenenkamp van Soltau.
Wat vernemen wij nog van de andere Congolese militairen: Joseph Droeven deserteert bij Ramskapelle tijdens de slag aan de IJzer en blijft de hele oorlog vermist. Camille Bololo schiet zich in april 1915 letterlijk (en meteen ook figuurlijk) in de eigen voet, om niet meer aan de gevechten te moeten deelnemen. Twee Congolezen vragen hun overplaatsing naar Nice omdat het te koud is aan de IJzer. Een aantal wordt ziek door het koude klimaat. Enkele sterven aan een longaandoening, sommigen in hospitalen ver achter het front. Antoine Boimbo, Honoré Kulu en Pius Bouclou sterven in een Frans hospitaal en worden in Frankrijk begraven. Dit zijn allemaal droevige verhalen, maar niet droeviger dan de tientallen verhalen van Vlaamse piotten uit de Groote Oorlog die ons de laatste jaren bekend zijn geraakt. Ook zij zijn jarenlang van huis geweest “voor lange tochten, in moeilijke omstandigheden, naar ver gelegen slagvelden, zonder de zekerheid dat ze ooit nog zullen terugkeren”, zoals op een van de expoborden over de soldaten van de Force Publique geschreven staat. En ook zij werden bevolen door officieren die hun taal niet spraken.
In tegenstelling tot het Franse en Britse leger heeft het Belgisch leger in de Groote Oorlog geen koloniale troepen ingezet in Europa. De 32 Congolezen die in de oorlog in België verzeild zijn geraakt, waren daar louter toevallig. Dat de expo dan zoveel aandacht besteedt aan die 32 en relatief zo weinig aandacht aan de 25.000 Congolese militairen en hun tienduizenden dragers, van de heroïsche Afrikaanse campagne, waar nog zoveel over te vertellen valt, begrijpen wij niet. Om het nog eens met een gezond cliché te zeggen: dit was een gemiste kans.
Rik Jacobs
19/08/2018

De hete zomermaanden van 1976
(Of zijn de zomermaanden van 2018 warmer?)

Laten we even terugblikken naar het jaar 1976. Zoals elk jaar vertrekken vele jeugdbewegingen tijdens de zomermaanden op kamp. Zo ook KSA Zoniënburcht Tervuren. Het kamp was gepland in de maand juli in Porcheresse, op een wei, aan de zuidkant, tegen een bos aan zonder rivier. Of dat dachten ze toch.
De vele verontrustende berichten die hun tegemoetkwamen: je mag de wei niet verlaten, geen vuur maken en zeker niet in de bossen spelen, waren niet om over naar huis te schrijven. Het meest onheilspellende bericht dat ze doorkregen, was dat er door een jeugdbeweging een bosbrand was ontstaan. Maar toch hield het hun niet tegen. De koffers waren gepakt, de camion was geladen en de chauffeurs stonden klaar om te vertrekken. Nog een laatste berichtje kwam door: “Wij gaan niet op kamp!” De vele voorgaande berichten brachten melding van te veel risico’s. Je kan je natuurlijk inbeelden hoe groot de ontgoocheling moet geweest zijn.
Nog geen 24 uur na het trieste bericht kwam er een nieuw bericht, eentje dat eindelijk positief was: “We gaan toch op kamp”. De KSA had een nieuwe kampweide gevonden, met dank aan de familie Bosmans. Een wei van één ha groot werd hen ter beschikking gesteld in …Haacht. De vreugde was groot, iedereen werd opgetrommeld. Het voorkamp viel evenwel weg, waardoor ze vanaf de eerste dag met z’n allen een volledig kamp moesten opbouwen. Ondanks het feit dat de KSA in hun eigen provincie is gebleven, op een boogscheut van Tervuren, hebben ze toch een memorabel kamp beleefd. Het scheelde dus heel weinig of er was in 1976 geen kamp geweest.
Hebben we dit jaar onheilspellende berichten doorgekregen? Was er vrees om een kamp te kunnen laten doorgaan? Je moet wel voorzichtig zijn, wat trouwens altijd moet als je gaat kamperen. Maar om een kamp te annuleren, neen, die berichten zijn er nooit geweest. De KSA heeft – volgens een heel betrouwbare bron – een fantastisch kamp gehad, met als afsluiter de laatste avond een kampvuur. Oordeel zelf maar.
Geert Wynants (met dank aan E.H. Pater Lambert Croimans voor de details).

Zoektocht Davidsfonds met familie

Zoals al enkele jaren de gewoonte is, hebben we deelgenomen aan de zoektocht van het Davidsfonds. Dit jaar kozen we ervoor om het parcours met de fiets af te leggen. Een echte aanrader. Het werd een boeiende, interessante en toch ontspannende dag. Tervuren, Hoeilaart en Overijse hebben heel wat te bieden op historisch, volkenkundig en cultureel vlak. Vele mensen hebben gedurende eeuwen gezorgd voor vooruitgang en bloei in de regio, zodat de generaties na hen konden genieten van stijgende welvaart. In de brochure vonden we behalve vragen ook informatie over de streek. Maar mede door de historische en culturele kennis van Elisabeth en Walter, leerden we heel wat bij, niet alleen over hun woonplaats Tervuren, maar ook over Overijse en Hoeilaart…
Een ideale gelegenheid om deze drie mooie dorpen beter te leren kennen en te ervaren wat we meestal niet zien als we gewoon door deze dorpen wandelen of fietsen. Het kwam er op aan vanaf het begin uiterst opmerkzaam te zijn om zo bij de vragen met foto’s de juiste locatie te kunnen situeren. De afstanden tussen de zoekplaatsen legden we grotendeels af over mooie fietspaden door het mooie Zoniënwoud en langs schilderachtige weidse velden. Een geluk dat vijf van de zes deelnemers over een elektrische fiets beschikten, want hellingen – waarvan enkele steevast kuitenbijters – zijn er in overvloed in deze streek. Walter, de enige deelnemer van onze groep met een gewone fiets, had blijkbaar zelf een eigen motor in zijn lichaam: ongelooflijk hoe hij zonder verpinken alle hellingen opreed.
Een lekkere middaglunch in een Italiaans restaurant waar alle zoektochtdeelnemers een gratis aperitief en digestief aangeboden krijgen, was een aangename verpozing voor we aan het tweede deel begonnen. De zoektocht zelf was prima georganiseerd, hoewel we soms zeer goed moesten zoeken naar de correcte antwoorden. Enkele dagen nadien hebben we ook een deel van de zoektocht in het park van Tervuren te voet afgelegd. Daar was het wel even zoeken om de juiste volgorde van de beeldhouwwerken te achterhalen. Er waren heel wat ijverige deelnemers op pad en bij een praatje hier en daar kregen of gaven we wel eens een hint voor het juiste antwoord. Een aanrader en wat ons betreft zeker voor herhaling vatbaar volgend jaar.
Marc Derveaux
 

De warande nader bekeken

In april 2016 werd er een ‘rapport beheersmaatregelen’ opgemaakt door Antea Group, in opdracht van de Regie der Gebouwen, waarin van naaldje tot draadje de warande werd onderzocht, beschreven en gekeurd. Zo kennen we nu onder andere de waterdiepte van de Gordaalvijver, de natuurwaarden per terreineenheid en de potentiële natuurlijke vegetatie.
In dat rapport werden ook de gebreken opgesomd, met beeld en al. Een tabel werd opgesteld met alle te herstellen en in orde te brengen gebreken en in welk jaar daarmee zou begonnen worden. Ondertussen zijn we al twee jaar verder. De controle op windgevoelige en dode bomen bijvoorbeeld, en het kappen van dode en beschadigde bomen is dan wel al begonnen en zelfs voor een groot deel gedaan maar de herstellingen van het brugje over de Gordaalvijver en de brug aan de Keizerinnendreef zouden aangevat worden in 2016 en in 2017. Daar is nog niets van in huis gekomen. Wandelaars wagen de oversteek over de Gordaalvijver door langs de afsluiting te glippen en riskeren valbreuken op de Keizerinnenbrug. Ondertussen kalven de oevers van de vijvers verder af (herstellingen pas voorzien in 2019), schiet er overal onkruid op langs de oevers, schuiven de tredestenen in de Franse tuin verder uit mekaar zodat de trappen desintegreren, werden er gaten geslagen in bosranden door omgewaaide bomen, kalft de omheiningsmuur verder af (zie Duisburgsesteenweg, watertoren). Het moet niet verwonderen dat hier en daar wat stenen worden ‘weggehaald’ om te dienen voor een pittoresk uitziend bouwwerkje in een of andere tuin. Het onderhoud van de resten van de muur – een ‘relict’ – had nochtans moeten beginnen in 2016. Het zal natuurlijk allemaal weer neerkomen op geld. Geld dat niet voorhanden is.
In het rapport wordt gesteld: “Het park vormt een belangrijk groenelement in de rand van de Europese hoofdstad Brussel. Omwille van de aanwezigheid van het museum voor Midden-Afrika en het bijhorende onderzoekscentrum trekt het park bezoekers aan van over de hele wereld.” Aan het eind van dit jaar gaat het vernieuwd museum weer open. Dat zal volk trekken. Wel, dan mag er dringend wat meer aandacht besteed worden aan onderhoud, herstelling en uitstraling van de warande en de Franse tuin. Of België - en daarmee Tervuren - gaat weer eens af als een gieter.
Fons Vandendael

(top)

Van de kring


(top)

Reacties

 

(top)

Schenkingen en aanwinsten

Ben Renson schonk nog enige boeken aan de kring. Daaronder atlassen, boeken over kunst (Rubens) en over personaliteiten (Keizerin Charlotte)e.a.)
 
Jacqueline Mercie was de bezielende regisseur van de toneelgroep “Ons Jeugdtoneel Tervuren” (OJT) die in de jaren '60 ontstond uit een enthousiaste groep jongelui die toneeltjes verzonnen. Deze groep kwam tot bloei in de jaren '70. De familie woonde in de Paardemarktstraat, zodat een heleboel kinderen uit de buurt van de Kapelle meespeelden in die toneelstukjes. Naarmate ze volwassener werden veranderde de aard van de toneelstukken met de groep "Jeugd- & Studiotoneel Tervuren“ als resultaat. In de jaren '80 stokte de samenwerking doordat de spelers een eigen (gezins)leven begonnen, zodat in 1984 besloten werd de groep te ontbinden.  
Bij de dood van Jacqueline Mercie werd door haar zus Thérèse haar laatste wil ingewilligd, namelijk het archief van deze dynamische groep aan de Heemkundige Kring schenken. Het archief werd in de maand mei 2018 overhandigd bij Ben Renson. Dit archief is een pareltje en een voorbeeld voor elke vereniging. De activiteiten zijn chronologisch, ordelijk en systematisch verwerkt in een aantal mappen met een foto-album als leidraad.
 
Robert Dekelver schonk ons een hele verzameling hulzen van geweerkogels en van licht en zwaar kanongeschut uit de Eerste Wereldoorlog. Enkelen stukken dragen nog de naam van de Duitse fabrikant en het jaartal van productie.
 
Pierre Craps, voorzitter van de Robianovissers, gaf de kring een klein, fijn boekje met het reglement van de Visschersclub van Tervuren, “voorloopig gevormd den 31 October 1897 onder den titel: De jonge Visschers van Tervueren”. Het heeft slechts het formaat van 9 x 13,5 cm maar we aanzien het al als een bijzonder kleinood omdat dit toch weer licht werpt op een stukje geschiedenis van onze gemeente, de Visschersclub, van wiens voormalige leden we enkele karikaturen bezitten, waarmee enkele jaren geleden nog een kaartspel werd versierd. Dat kaartspel is trouwens nog te koop bij onze kring.

Hartelijk dank aan de schenkers

(top)

Necrologie