Heet van de naald

 

Medewerkers gevraagd:

Wij van de Heemkundige kring kunnen nog steeds helpende handen gebruiken, zowel in ons archief- en documentatiecentrum als bij de organisatie van aktiviteiten. Wie zich geroepen voelt om ons een handje hulp toe te steken als losse medewerker mag zich steeds melden. We zullen jullie met open armen ontvangen.

 

Nieuws uit de regio

De Ronde

In 1903 werd de eerste Ronde van Frankrijk, met 6 ritten, aangevat door 60 renners. Ze moesten langs controleposten om er zich te melden. 1904 ging door met het zelfde parcours, dezelfde ritten en zelfde favorieten.

In 1904 zijn er protesten door de dorpsbewoners: de doortocht verstoort hun nachtrust! Wegen worden bestrooid met glasscherven, renners worden getrakteerd op stokslagen… Het loopt in het honderd en hier en daar is er valsspelerij in het spel. Er wordt een onderzoek opgestart en aan het eind van het jaar barst de bom: de eerste vier van het klassement worden gediskwalificeerd.
In 1905 worden het 11 ritten. In 1919 is er weer gemor: het peloton reed met hoge snelheid voorbij en de toeschouwers konden de leider niet eens herkennen: De gele trui werd geboren, geel omdat de organiserende krant op geel papier werd gedrukt.

In 1948 werd voor het eerst een touretappe op tv uitgezonden. Het is de slotrit naar Parijs.

Bij het 50-jarig bestaan werd het puntenklassement ingevoerd, met een groene trui voor de leider ervan.

De eerste ronde telde 2428 kilometer. Een gemiddelde rit had 405 km. In 1919 haalde de traagste tour – de gemiddelde snelheid van de winnaar – 24 km per uur.

De doortocht van de ronde in Tervuren gebeurt niet voor het eerst. 50 jaar geleden kwam het peloton – met Merckx in een glansrol – hier al doorgefietst.
(nl.wikipedia.org – geraadpleegd op 09-07-2019)
AV

Wielerhoogdag te Tervuren
06-07-2019

 
Voor de vijfde keer had Tervuren de eer om de Ronde van Frankrijk te verwelkomen. Zelfs op het gras van de middenberm van de Tervurenlaan werd het welkom in reuzeletters weergegeven. Dit jaar was het wel iets speciaals. Het is namelijk 50 jaar geleden dat ereburger Eddy Merckx, die in 1969 in Tervuren woonde, voor de eerste keer de Ronde won. Dat zou nog een viervoudig vervolg krijgen.
We zijn er van overtuigd dat de doortocht 2019 al de voorgaande passages overtroffen heeft. Niemand heeft er een idee van hoeveel personen, al dan niet wielerfanaten, naar Tervuren kwamen afgezakt, het zullen er enkele duizenden geweest zijn. De eerst rit startte ’s morgens in hartje Brussel en kronkelde door de Brusselse straten om dan zijn volle ontplooiing te krijgen op Vlaams, daarna Waals grondgebied en via Waterloo opnieuw naar Vlaanderen. De groep van zo’n 220 renners kwam langs IJzer en Duisburg naar Tervurencentrum (over de Markt).
Maar er was niet alleen de wedstrijd zelf. Op het marktplein en de Konink-lijke Moestuin waren allerlei tentjes en standen opgesteld waar honger- en dorstlijders aan hun trekken konden komen en kooplustigen sportartikelen konden inslaan. De kinderen kwamen ook aan hun trekken met springkastelen, schminkstanden en speeltjes. Op een groot scherm kon men het verloop van de koers volgen. Toen de koerskaravaan omstreeks 17u reeds lang vertrokken was richting Brussel, bleef het nog steeds heel druk in het centrum van Tervuren. Op het marktplein moest men zich een weg banen om met veel moeite nog aan een drankje te geraken.
VM

Midzomerwandeling

Het was 22 juni en we hadden het geluk mee van een zonovergoten zomerdag. Dat was ook de mening van een veelkoppige wandelgroep die het een goed idee vond om met ons op te trekken voor een wandeling langs de zuidkant van onze gemeente. Van aan onze vertrekplek – de Markt – trokken we naar het beeldje van de scoutsjongen in de Kerkstraat. De wandeling had dan ook het thema ‘100 jaar scouts’ als onderwerp. We dachten daarom een schare scoutsleden te mogen verwachten maar dat viel even tegen. Zelfs geen akela viel er te ontwaren. Maar niet getreurd, de scoutsver-halen deden evengoed de ronde, aangevuld met wat anekdotes van deelnemende oud-padvinders. Ook bij onze volgende stop aan de ‘patronaat’, de scoutslokalen in de Wandelaarstraat, die op punt staan om verlaten te worden. Met een uitroep die aan geheimtaal doet denken – van djb djb djb en dob dob dob – vertelde Frank Ruttens over de scoutskampen en het deel dat de betreurde notaris Edouard Duvigneaud had in de organisatie van kampen in Rochefort, Chimay en andere sappige streken waar paters huizen.
Voor het gebouw Nettenberg kwamen er zelfs ‘verrijzenistrucs’ aan te pas. Ineens waren daar – met een toetsdruk op een smartphone – Frans Dereymaeker en Edouard Duvigneaud weer bij volle leven, in de persoon van Geert Wynants en Luk Hermans weliswaar. Op tekst van Vic Motte vertelden ze met veel schwung over ‘hun’ wedervaren in hun jeugdige scoutsjaren. Ze mochten het echter allemaal niet te lang trekken. Gedenk de situatie van Assepoester: het mirakel heeft een korte levensduur. Dus trokken we verder, door de Wolvenweg waar echte Tervurenaars hun fratsen en avonturen uit kindertijden herdachten.
In de Reeboklaan werd nog even haltgehouden voor een herdenkingsmoment aan de tijd dat Eddy Merckx er woonde. Wat hij met de scouts te maken had, is wel in de plooien der geschiedenis verborgen gebleven, maar dat de aanstormende Ronde van Frankrijk er iets mee te maken had, was zo klaar als een urinestaaltje na de koers. Langs het poortje aan restaurant ‘La Cantina Italiana’ glipte de 44-tallige wandelgroep de warande in om tegenover de Sint-Hubertuskapel nog een en ander te vernemen over het onderwerp en haar honderdjarige bestaan. Dan was de nood aan iets drinkbaars al redelijk hoog. Op aanvraag had de waard van ‘The Brewer’ in de Kerkstraat de helft van zijn terras vrijgehouden voor ons. Het kwam dus allemaal in de beste voorwaarden tot een goed einde.
AV

Bescherming Huis Delacroix
07-06-2019

 
Het zogenaamde huis Delacroix, Kerkstraat 29, kwam reeds een aantal keren in de belangstelling te staan. Tweemaal was het vrij te bezoeken tijdens Open Monumentendagen. Alain Bruyndonckx beschreef het uitvoerig in De Horen 2007-04. Het huis werd in 1908 ontworpen door architect Maurice Peeters uit Ukkel, die de plannen tekende in een neoclassicistisch geïnspireerde eclectische bouwstijl. Geert Bourgeois, de Vlaamse minister van Onroerend Erfgoed, ondertekende op bovenstaande datum het decreet waarbij het huis definitief erkend werd als beschermd monument. Het gaat niet alleen over het gebouw zelf maar ook over de tuin met zijn Mariagrot in cementconstructie en de nabijgelegen waterpartij.
Het decreet vermeldt dat het gebouw een typische getuige is, uitzonderlijk goed bewaard, van de sociaal-demografische verschuiving in Tervuren onder invloed van de werken van Leopold II alhier. Het is een illustratie van hoe de welgestelde burgerij door Tervuren aangetrokken werd en zich hier kwam vestigen, met de bouw van het Koloniale Museum.
VM

 

Charles Dorn
 
In 2013 gaven we een kleine publicatie uit, onder de titel ’In Moorsel lag mijn redding’, met het verhaal van Charles Dorn, of met zijn echte naam, Nathaniel Doron, die als kleine jongen moest onderduiken in de Tweede Wereldoorlog omdat hij een Jood was. Hij was in 1936 in Brussel geboren. In Moorsel werd hij opgevangen door Liza Craessaerts en haar ouders. Zo doorstond hij de oorlog en vond hij later zijn ouders terug. Uiteindelijk emigreerde hij naar Israël. Op 16 juli 2019 liet de familie ons, via Els Ronsmans, weten dat Nathaniel Doron op die dag was overleden. Hij werd 83.
“It is with great sorrow that today we say goodbye to Nathaniel Doron, a true warrior, in the purest sense of the term. A holocaust survivor, he dedicated his life to fighting poverty, famine and AIDS across the globe.“

 

Panquinsite
23-06-2019

 
In de pers vernamen we verheugend nieuws over de Panquinsite. Net vóór zijn ontslag als minister-president kende Geert Bourgeois, die tevens bevoegd was voor Onroerend Erfgoed, aan de gemeente Tervuren een subsidie toe van iets meer dan 3,2 miljoen euro om de sinds 2004 beschermde delen van de voormalige Panquinkazerne te restaureren. Zoals men weet, kocht de gemeente Tervuren de ca. 3,7 ha grote site aan van landsverdediging en sloot met het consortium van een projectontwikkelaar en de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV een overeenkomst om een nieuwe bestemming uit te werken. Zo zou er naast het nieuwe gemeentelijk museum o.a. ook een viersterrenhotel met een 100-tal kamers, drie appartementsgebouwen met zo’n 100 woonentiteiten en een restaurant-brasserie gevestigd worden. Met die subsidie zal ook de kasseiverharding en de parkmuur gerestaureerd worden.
Hetzelfde bericht vermeldt ook dat het Agentschap voor Natuur en Bos er nog een subsidie van 600.000 euro bijvoegt voor werken in de omgeving.
VM

 

Het AfricaMuseum valt in de prijzen
20-06-2019
 

Die avond werd voor de vierde keer in het statige Hotel Metropole te Brussel, en in aanwezigheid van 250 genodigden, de Publica Awards uitgereikt, een beoordeling van de beste overheidsprojecten. Voor de vijf verschillende categorieën werden 71 inzendingen genomineerd.
Voor de categorie ‘Heritage /Architecture’ schonk de jury het goud aan de renovatie en restauratie van het Africamuseum, ex aequo met de Mechelse beeldsmederij De Maan. In dezelfde categorie won ons museum ook de publieksprijs. De jury had vooral oog voor de zorg die besteed werd aan de noden en de behoeften die de 21e eeuw op museologisch vlak met zich meebrengt.
VM
 

De meyboomplanting in Brussel en Leuven
9 augustus 2019

 
Neen, dit is geen vergissing, deze gebeurtenis(sen) hebben wél iets te maken met onze kring, vermits de Tervuurse ‘Meiboomgilde’ eraan deelnam en praktisch uitsluitend uit (bestuurs-)leden van onze kring bestaat.
Vooreerst toch even een verklaring over de ‘Meyboom’, de ‘Meiboom’ en het feit dat de eerste in augustus geplant wordt en de tweede op 1 mei. Met onze Tervuurse meiboomplanting op 1 mei willen we duiden dat, met de meimaand, het nieuwe mooie seizoen zich in beweging zet, “de winter is verghangen, ick sie des meien skeyn”.
Bij de Leuvense en Brusselse Meyboomplanting legt men eerder de nadruk op het Middelnederlandse woord ‘mey’, wat vreugde betekent. Dat zit trouwens nog in het werkwoord ‘zich vermeien’. Hier is het eigenlijk een ‘vreugdeboom’. Hij kan dus gerust tijdens de maand augustus geplant worden.
Deze twee ‘plantingen’ gebeuren steevast op 9 augustus, de vooravond van het feest van Sint-Laurentius, de heilige martelaar die midden derde eeuw op een rooster gebraden werd. Op sarcastische wijze zou hij tijdens de marteling uitgeroepen hebben: “tijd om me om te draaien want de andere kant is nog niet gaar…”
Het geschiedkundig verhaal over de datum van deze feesten wil dat, omwille van de vele discussies en ruzies tussen Leuvenaars en Brusselaars, hertog Jan II, de Vreedzame, de onenigheid betreffende het planten van de meyboom op deze manier wilde oplossen.
De ene versie, de meest romantische, zegt dat in 1213 een Leuvense edelman trouwde met een Brussels meisje van gewone komaf en dat hij een bruiloftsfeest aanbood aan de hele buurt in Brussel. Een kleine variatie wil dat Leuvenaars dit bruiloftsfeest kwamen verstoren maar dat ze weggejaagd werden door de schuttersgroep van Sint-Laurentius. Een andere legende wil dat de Leuvenaars Brussel aanvielen i.v.m. een biertaks. Toen de Leuvenaars ei zo na voorbij de stadswallen geraakten, kwamen de kruisboogschutters van Sint-Laurentius tussenbeide en verdreven ze de Leuvenaars.
Feit is evenwel dat de traditie van het planten van de Brusselse meyboom pas aanvangt in 1308. Toen gaf de Brabantse hertog aan de Brusselaars het privilege om dit te doen, op voorwaarde dat ze op 9 augustus, de vooravond van het feest van Sint-Laurentius, de boom plantten vóór 17u. Anders verloren ze dit recht. Eeuwenlang gebeurde dit vlekkeloos. ’s Morgens werd de boom gekapt in het Ter Kamerenbos en ’s namiddags rechtgezet op de hoek van de Broekstraat met de Zandstraat, een plek aan de middeleeuwse omwalling van de stad. Zouden de Leuvenaars daar verjaagd zijn geweest?
In 1939 hing het gebruik wel aan een zijden draadje. Leuvenaars waren toen de omgehakte boom komen roven maar de Brusselaars wisten er toch nog op het nippertje een nieuwe te vinden. In 1974 ging het dan toch mis. Snode Leuvenaars waren te weten gekomen waar ’s morgens de Brusselse ‘Meybuûmdroegers’ hun boom in het Ter Kamerenbos zouden omhakken. ’s Nachts gingen ze hem zelf stelen en lieten op de achtergebleven stronk een briefje achter: “Brusselaars, hier heeft uw boom gestaan, de Leuvenaars zijn ermee vandoor gegaan”. De Pietermannen hebben die dag, ook vóór 17u, op de Markt van Leuven, die Meyboom geplant, de Brusselaars moesten dat jaar passen, ze hadden geen boom in voorraad. Sindsdien hebben we zowel te Leuven als te Brussel op het zelfde ogenblik een ‘Meyboom-planting’.
De Tervuurse Meiboomgilde treedt reeds enkele jaren op als ‘ver-zoenende derde’ voor de ‘ruzie-makende partijen’ en nodigt hen beiden uit op de Tervuurse Meiboomplanting van 1 mei. Dat is ook wel een diplomatieke opdracht, door de hertog van Brabant ooit aan de Tervurenaars gegeven. Op een jaarlijkse schutterswedstrijd in ons dorp konden de kemphanen hun schutterskwaliteiten meten. Tervuren ligt immers precies in het midden tussen de twee steden. Een drietal jaren reeds trokken we met de Tervuurse Meiboomgilde op 9 augustus naar het Leuvense Marktplein om de manifestatie bij te wonen. Meer dan tijd nu om ons eens naar Brussel te begeven om aldaar de meybuumplanting bij te wonen. Alles gebeurt daar in een echte Brusselse sfeer inclusief het Brusselse dialect. Allerlei echte Brusselse verenigingen (de Sint-Laurentiusgezellen, de ‘moustachen’, de ‘klaschkoppen’, de ‘buûm-droegers’, de ’poependroegers’, de (reuzendragers – UNESCO erfgoed), de ‘gardevils’, de ‘kèrstoem-pers’ (duwers van de wagen met de meyboom), de ‘meybloemekes’ (die kwistig bloemen uitdelen), de verkozen ‘madame chapeau’ van dit jaar en noem maar op, verzamelen zich op het binnenplein van het stadhuis en maken dan één voor één een schrijdende presentatie op de Grote Markt, onder luid commentaar uit luidsprekers en toegejuicht door honderden toeristen. Stel je voor, dit jaar fungeerden acht leden van onze Meiboomgilde er als groep nr. 18…
Van de Grote Markt trok het hele gezelschap naar de hoek van de Broekstraat en de Zandstraat, waar toch wel met enige moeite de ‘Meybuûm’ in de grond gepoot werd door de ‘buûmdroegers’, uiteraard met de hulp van burgemeester Philippe Close.

 

(top)

Van de kring


(top)

Reacties

 

(top)

Schenkingen en aanwinsten

* Ons medelid Luk Hermans schonk ons archief een aantal artefacten die afkomstig zijn van wijlen René Daems.

Hartelijk dank aan de schenkers

(top)

Necrologie

Op 15 maart 2019 werd graaf Armand Marie Rasse Charles Thierry Graaf de Liedekerke (°1945) bijgezet in de familiegrafkelder op de begraafplaats van Leefdaal. De graaf was en is zeer graag gezien in het dorp, onder meer omdat hij opkwam voor het behoud van het landelijk karakter van het dorp dat, net als alle andere dorpen in het omliggende, zwaar lijdt onder de druk van bouw- en inbreidingsactiviteiten. De graaf nam ook trouw deel aan de populaire en authentieke koningsschieting van de jongmansgilden van Leefdaal, de zgn. Jefkes. “Leve de graaf, leve de gravin!” roepen de Jefkes wanneer ze de graaf afhalen op zijn kasteel, waarna ze pintjes aangeboden krijgen. De stoet vertrekt dan naar de schuttersweide, tussen kerk en kasteel, langs de mooie beukendreef. De kasteelheer mag de koningsvogel op de wip plaatsen en even later als eerste drie ereschoten lossen.
De familie de Liedekerke bewoont onderhand haast 200 jaar het kasteel van Leefdaal. Zij volgden de vorige bewoners op, de Brouchoven de Bergeyck, die het op hun beurt hadden overgeërfd van de Merodes. In 1827 stierf Catherine Françoise de Brouchove kinderloos, en haar zus, die getrouwd was met Gérard de Liedekerke, nam bezit van de Leefdaalse goederen. De jonge graaf François-Guillaume de Liedekerke neemt de rol van zijn vader nu wellicht over.
FR
 
Op 23 februari 2019 overleed Gerard Van Lancker, 97 jaar, in Leuven. Gerard Van Lancker was de voormalige eigenaar van het Hof Oude Voorde te Vossem. Hij heeft alles in het werk gesteld om te bereiken dat de historische hoeve een beschermd monument werd en dat ze op een fatsoenlijke manier onderhouden en zelfs gerestaureerd werd. Over deze hoeve en over de familie Vandendriessche-Van Lancker publiceerden we artikels in diverse nummers van De Horen.