Heet van de naald

 

Reproducties van Heylbrouck te koop

In samenwerking met de Heemkundige Kring, wil Tom Vanleeuwe extra afdrukken laten maken van de twee gravures van Heylbrouck, die het hertogelijk kasteel afbeelden, zowel aan noordzijde als aan zuidzijde.

Door een misverstand werd gesteld dat de reproducties in kleur zouden zijn. Ze zullen echter in zwart-wit verkocht worden. We bekijken nog of ze ook eventueel in kleur zouden kunnen aangemaakt worden.

We zouden ze verkopen tegen de prijs van

10 euro het stuk.

Wie geïnteresseerd is in deze reproducties, mag zijn naam en adres opgeven en 10 euro overschrijven op rekeningnummer

BE78 0680 4029 0086
van de Kon. Heemkundige kring Sint-Hubertus Tervuren

Noordzijde

Zuidzijde

 

Medewerkers gevraagd:

Wij van de Heemkundige kring kunnen nog steeds helpende handen gebruiken, zowel in ons archief- en documentatiecentrum als bij de organisatie van aktiviteiten. Wie zich geroepen voelt om ons een handje hulp toe te steken als losse medewerker mag zich steeds melden. We zullen jullie met open armen ontvangen.

 

Nieuws uit de regio

Bernard van Orley, Brussel en de Renaissance
 
Een van de oudste zichten op het kasteel van Tervuren is te zien op een wandtapijt bewaard in het Louvremuseum in Parijs. In het nu gesloten gemeentelijk museum Hof van Melijn hing een grote fotografische reproductie van dit tapijt. Het wandtapijt De maand Januari maakt deel uit van een reeks van 12 wandtapijten, vroeger bekend als de Jachten van Maximiliaan. Verwijzend naar keizer Maximiliaan I (1459-1519), grootvader van keizer Karel V. Deze verwijzing was op niets gebaseerd, de nieuwe titel Jachten van Karel V is correcter. De reeks werd ontworpen door Bernard (Barend) van Orley in de 16e eeuw. Deze Brusselse kunstenaar was een van de absolute spilfiguren van de renaissance in de Lage Landen.
Hij was schilder aan het hof van Margaretha van Oostenrijk en Maria van Hongarije, werd overladen met opdrachten en kwam al erg jong aan het hoofd van een van de grootste ateliers van zijn tijd in Brussel. Hij schilderde religieuze taferelen, ontwierp wandtapijten en glasramen. Hij schilderde portretten van hofleden, politieke raadgevers, invloedrijke geestelijken en humanistische denkers. Zijn werk stond in constante dialoog met dat van tijdgenoten als Albrecht Dürer en Rafaël. 
BOZAR wijdt een belangrijke monografische tentoonstelling aan deze kunstenaar. Voor het eerst worden de werken van van Orley uit alle hoeken van de wereld samengebracht in één tentoonstelling, op de plek waar ze ooit ontstonden. Een historische kans om deze Brusselse meester te (her)ontdekken. Uit de reeks Jachten van Karel V wordt niet het wandtapijt van de Maand Januari met het kasteel van Tervuren getoond maar dat van de Maand Maart met zicht op het Paleis op de Coudenberg in Brussel en dat van de Maand september met zicht op de Priorij van Groenendaal, heel indrukwekkend om te zien, alsook de tekeningen.
 
De Heemkundige Kring en de VST nodigen u uit om deze bijzondere tentoonstelling te bezoeken onder leiding van een gids.
Datum: zaterdag 27/04/2019 om 15u (duur van gidsbeurt 1u30).
Plaats: BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat, 1000 Brussel.
Prijs: toegang + gidsbeurt 20 euro/persoon.
Uiterste inschrijvingsdatum: woensdag 24 april
 
Inschrijven bij Geert Schuerman (02/767 73 57 of geert.schuerman@skynet.be) door overschrijving van het bedrag op rek. nr. BE78 0680 4029 0086 +naamvermelding en aantal personen.
Personen met een museumpas sluiten apart aan, bijdrage gidsbeurt 7 euro ter plekke betalen. Gelieve Geert Schuerman wel te verwittigen.
 
(Zie ook de agenda)
 

Gedenkplaat van de cholera-epidemie
3 december 2018
 
In de voorbije eeuwen werden onze streken vele malen getroffen door een cholera-epidemie. Door de slechte hygiënische omstandigheden, vooral dan in volkswijken, was het drinkwater onzuiver, met besmetting tot gevolg. Dat was in 1849 en 1866 het geval. Ook Tervuren ontsnapte er niet aan: waar normaal per jaar zo’n 40 à 70 sterfgevallen genoteerd werden, steeg dit aantal in 1849 naar 166 en in 1866 naar 153. Naar aanleiding van de epidemie van 1849 werd een arduinen gedenkplaat ontworpen, die haar plaats kreeg in de Sint-Janskerk, in de zijkapel toegewijd aan Sint-Rochus, de heilige die voor het weren van besmettelijke ziekten aanroepen werd. Deze zijkapel bevond zich onmiddellijk links van het westerportaal. Bij de grondige restauratie van de kerk, omstreeks 1950 onder pastoor Davidts, verhuisde de bewuste plaat naar het oude kerkhof.
Na de laatste restauratie van de gevels werd ze tegen de westelijke buitengevel van het noordertransept aangebracht maar de bevestigingen waren niet bestand tegen de tand des tijds of niet stevig genoeg want op een morgen vonden we haar, in stukken tegen de grond. Ons oud-medebestuurslid Paul Beeckman wist de stukken in de juiste samenhang in een houten lijst te vatten en dan kreeg de plaat een plek in de kelder van het voormalige gemeentelijk museum Hof van Melijn. Maar met de kerkraad – de voormalige kerkfabriek – werd overeengekomen dat het geheel opnieuw naar de Sint-Janskerk zou komen. Over het houten kader komt een plexiglazen bescherming zodat de gedenkplaat rechtop tegen de muur kan staan achter het beeld van Sint-Rochus, dat nu in het noordertransept staat.
VM

 
Een eerbetuiging aan de graven van de ‘Congolezen’ bij de kerk.
8 december 2018
 
Tijdens de opening van het Africamuseum, had er die namiddag aan de noordelijke gevel van de Sint-Janskerk een alternatieve manifes-tatie plaats. Waarschijnlijk onaangekondigd (noch officieel aangevraagd) verzamelde een dertigtal mensen bij de zeven graven van de Congolezen die hier stierven tijdens de ‘Kongotentoonstelling van 1897’. Enkele deelnemers die zich afstammelingen van deze overledenen verklaarden, hielden enkele toespraken en op de graven werden ruikers neergelegd. De actievoerders vroegen om, we citeren: “Waardigheid, een officiële gedenkplaat, het opnieuw graveren van hun namen op de stenen en ononderbroken onderhoud van de site”.
Over deze zaak publiceerden we een standpunt in het vorige Horentje (MOTTE V., ‘Opnieuw vandalisme in de warande?’, Het Horentje 28 (2018), nr. 4, p. 4-5). Het kwam erop neer dat we de gebeurtenissen van meer dan een eeuw geleden op een objectieve manier proberen te benaderen. Voor de inhoud van toe-spraken die er gehouden werden, steunen we ons op datgene wat kon gelezen worden in de krant(en). Hierover dan volgende bedenkingen.
Nogmaals benadrukken we dat het onaanvaardbaar en schandalig is dat mensen als (primitief) tentoonstellingsmateriaal gebruikt worden. Maar dit is (volledig terecht trouwens) de 21-eeuwse opinie. Een eeuw geleden zag men dit op een andere wijze. En dat was niet alleen het geval voor België, alle koloniale mogendheden handelden en dachten in die zin en zelfs niet-koloniale, denk maar aan de toen pas opgerichte Verenigde Staten met hun zwarte slaven! Maar, nogmaals, dit zijn geen argumenten pro, wel een objectieve benadering. Misschien toch ook even opmerken dat het (onwaardig) tentoonstellen van mensen geen unicum voor Tervuren was. Het gebeurde reeds vroeger bij wereldtentoonstellingen in Parijs (1878), Amsterdam (1883), Antwerpen (1885), Berlijn (1896) e.a.
Wat het hierboven vermeld citaat betreft: “waardigheid, een officiële gedenkplaat, het opnieuw graveren van hun namen op de stenen en ononderbroken onderhoud van de site”, willen we er wel op wijzen dat die graven pas onlangs – en misschien mocht het al wel eerder gebeurd zijn – een grondige opknapbeurt kregen, inclusief het hergraveren van de namen. Onder de bestaande plaat met informatie kleefde de groep een plastieken plaatje met een soortement beschuldigende tekst. In de pers heeft men het er ook over dat deze Afrikanen lid waren van de Mayombe en de Bangala en dagelijks ‘showden’ in twee dorpen. Een derde dorp met mooie rieten huizen en veranda’s, werd bevolkt door ‘geciviliseerden’ die het ‘positieve’ resultaat van de kolonisatie moesten bewijzen.
Toch even de puntjes op de i zetten: naast de twee genoemde stammen waren er ook nog Basoko’s (er waren dus drie inlandse dorpen i.p.v. twee) alsook 124 personen die behoorden tot de Weermacht en die niet tot deze stammen behoorden en dus ook niet ‘showden’. Om volledig te zijn, er behoorden tot de totale groep van 267 (twee overleden tijdens de overtocht naar hier) ook twee pygmeeën en een Arabier met zijn drie vrouwen en een kind.
VM

 
Heropening van het Africamuseum
8 december 2018
 

Op 1 december 2013 sloot het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika zijn deuren voor een grondige restauratie en herschikking, volgens de gemaakte plannen in 2003, om te komen tot een nieuw Africamuseum. Het ging niet alleen om een verbouwing maar ook om nieuwe perceptie van de inhoud. Gedurende vijf jaar was men er aan het werk om tot dat resultaat te komen en die namiddag van 8 december kon ‘ons museum’ opnieuw officieel openen. Omwille van allerlei hetze en kritiek alsook door politieke moeilijkheden, werd het lint niet doorgeknipt door de koning of een eerste minister, wel door Alexander De Croo, minister van Ontwikkelingssamenwerking.
Het eerste wat opvalt is de nieuwbouw. Het museum is als onroerend erfgoed beschermd, daar kon dus niet zoveel mee gebeuren. Daarom ontwierp de architectenvennootschap TV-SBA van Stephane Beel een nieuw gebouw dat dienst doet als onthaalpaviljoen met inkombalie, shop, restaurant, een pik-nikruimte voor schoolkinderen, een vestiaire, sanitaire ruimte, maar ook een inleidende tentoonstelling die zich richt naar het verleden, het heden en de toekomst van het continent. Afrikaanse kunstenaars, onder wie Aimé Mpané, brengen er hedendaagse kunstwerken. Zo werd de beschikbare ruimte vergroot van 6000 naar 11.000 m².
Langs een ondergrondse galerij komt men in het oude gebouw, waar de inhoud en de voorstelling totaal vernieuwd werd volgens een scenografie van Nick Kortekaas en Johan Schelfhout. Aan deze vernieuwingen hangt een kostenplaatje van 66,3 miljoen euro.
VM

 
Historische hoeves in Vlaams-Brabant
8 december 2018
 
Die namiddag organiseerde het Documentatiecentrum Vlaams-Bra-bant en het Rijksarchief Leuven in het Villerscollege te Leuven een najaarsdagconferentie over dat thema.
Het is een feit dat de landbouwactiviteiten in Vlaanderen in het algemeen, dus ook in Vlaams-Brabant de laatste jaren in volle verandering zijn. De beoefening van de landbouw gaat wel niet globaal achteruit, maar deze gebeurt nu eerder op grotere en selectievere schaal met als gevolg dat kleinere boerderijen leeg komen te staan, maar dat is ook het geval met grotere en historische hoeven. Voor de eerste bieden zich gewoonlijk privépersonen aan die graag ‘op de buiten’ willen wonen. Grotere complexen worden echter geviseerd door projectontwikkelaars die, als het gebouw niet geklasseerd is, nogal de neiging hebben de bulldozer te laten aanrukken om er een modern gedoe in de plaats te zetten. De studiedag had tot doel om aan te tonen dat erfgoedbehoud en nieuwbouw toch kunnen samengaan. Naast voorbeelden daarvan in Zuid-Hageland, Zemst, Lubbeek, Merchtem – hier behield men door restauratie zoveel mogelijk het bestaande historische gebouw en bracht men er activiteiten in zoals een brouwerij, de elevatie van een nieuw koeienras en nieuwe landbouwactiviteiten – kregen we een totaal ander restauratiebeeld van hof Hertoginnedal in Moorsel.
Zoals gekend heeft deze hoeve een stokoud verleden: in een charter van 1139 van de bisschop van Kamerijk (Cambrai), wordt ze reeds vermeld. Omstreeks 1300 krijgt de priorij van Hertoginnedal in Oudergem haar in bezit, door toedoen van hertog Jan I. De priorij gebruikt haar voor de bevoorrading. In 1796 – de Franse Tijd - wordt het hof verkocht en nieuwe rijke eigenaars verpachten ze. In 1956 komt het hof in familiebezit als pachter Louis Van Roey, die er sinds 1910 het bedrijf leidt, het hof koopt en er een gemengd bedrijf (akkerbouw/veeteelt) organiseert. Door de evolutie in de landbouw en het vorderen in leeftijd, stopt Louis in de tweede helft van de jaren 1990 de activiteiten. Hij streefde er echter altijd naar om het historische erfgoed in de mate van het mogelijke te onderhouden. Maar op de lange duur werd de kost daarvoor te groot. Er moest een andere oplossing gezocht worden.
Paul Corthouts, een afstammeling uit een zijlijn, bracht een idee aan voor de oplossing. Hij stelde dat er enerzijds respect kon opgebracht worden voor de erfgoedwaarde van de gebouwen, maar dat dit kon gebeuren in koppeling met een leefbare en financierbare bestemming. Na contacten met architect-ontwerper Patrick Moyersoen en het architectenbureau Bob McMaster werd het cohousingproject ‘Woonerf – Pachthof van Hertoginnedal’ geboren: men wil zoveel mogelijk het uitzicht van de vierkantshoeve bewaren en tegelijk binnenin dertien wooneenheden creëren. De grote schuur speelt hierin een hoofdrol. De initiatiefnemers zijn er zich van bewust dat bij een samenwoonproject het collectieve en het privé niet zo gemakkelijk te verzoenen zijn. Zij denken hiervoor evenwel oplossingen gevonden te hebben. Bijkomende opgave was ook dat de nabije Moorselse omgeving de laatste decennia absoluut geen agrarisch uitzicht meer heeft.
De ontwerpers willen daarom enerzijds wel wat contrasteren met het monotone van de moderne gebouwen in de omgeving maar toch geen echt ‘eilandarchitectuur’ vormen. De werken zouden starten begin april 2019. Eens deze gevorderd zullen zijn, kunnen we misschien wat meer bijzonderheden geven over de stand van zaken en de evolutie van de bouwwerken.
VM

 
Tentoonstelling Theodoor van Loon
1 december 2018
 
Enkele leden van onze kring, aangevuld met mensen van de Kerkraad kreeg die namiddag in BOZAR een prachtige rondleiding in de tentoonstelling ‘Theodoor van Loon, een Caravaggist tussen Rome en Brussel’ met commentaar van Elisabeth Derveaux.
Theodoor van Loon heeft een band met Tervuren. Nadat de Sint-Hubertuskapel in 1617 ingewijd was, kwam er op elk van de drie altaren een schilderij van deze meester. Van Loon (1581/1582-1649) was, met Rubens en anderen, een van de favoriete schilders van aartshertogen Albrecht en Isabella. Het was dan ook logisch dat zijn werken daar kwamen. Curator Dr. Sabine van Sprang, de grote specialiste voor deze periode van de schilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden, was er in geslaagd om een aantal zalen vol te hangen met werken van van Loon maar ook van zijn tijdgenoten. Het is een bewijs dat zowel hij als zijn tijdgenoten zich inspireerden op mekaars werk. Hij liet zich beïnvloeden door de grote Italiaanse meester Caravaggio. Zoals deze fantastische schilder week hij af van de gangbare gewoonten en aanwijzingen van zijn tijd. Driemaal trok hij trouwens naar Rome, het mekka van de schilderkunst in die tijd (in de perioden 1602-1608, 1617-1619, en 1628-1632) om er zijn metier te leren en daar ontmoette hij niet enkel Caravaggio maar ook Barocci, Dominichino en zelfs humanist Erycius Puteanus, de man die het grafschrift schreef op het graf van de Brabantse hertogen in het koor van onze Sint-Janskerk.
Van Loon schilderde voornamelijk grote altaarstukken. Een aantal voor de Sint-Jan-de-Doperkerk van het Brusselse begijnhof, voor de basiliek van Scherpenheuvel en deze van de Sint-Hubertuskapel. Boven het hoofdaltaar van de Sint-Hubertus-kapel kwam ‘De Bekering van Sint-Hubertus’ en boven de zijaltaren ‘Sint-Hubertus ontvangt de Stola’ en ‘Onze-Lieve-Vrouw met Sint-Jan-de-Doper en Sint-Jan-Evangelist’. Uiteraard pronkten deze drie werken op de tentoonstelling maar ook, prachtig in een verlicht schrijn, de Tervuurse horen van Sint-Hubertus.
De tentoonstelling was nog te bezichtigen tot 13 januari 2019. Over Theodoor van Loon en zijn ‘Tervuurse periode’ verscheen in De Horen 31 (2011), nr. 4, p. 188-203, een bijdrage van mijn hand. Je kan er lezen over de schilder en over de Tervuurse werken.
VM

 
Sluiting tentoonstelling 100 jaar Eerste Wereldoorlog.
11 januari 2019
 
Gedurende drie maanden kon men in de tentoonstellingsruimte van CC Warandepoort de tentoonstelling over ‘Tervuren en het einde van de Groote Oorlog 1914-1918’ bekijken. Deze werd een groot succes. Van verschillende kanten kregen we een massa bewonderende en enthousiaste reacties. Omdat er geen telling georganiseerd wordt in deze tentoonstellingsruimte, kunnen we wel geen getal weergeven over het aantal bezoekers.
De avond na sluiting werd een ‘finissage’ gehouden. De aanwezigen werden in twee groepen verdeeld, die respectievelijk door curatoren Rik Jacobs en Piet Vandenpoel gedurende twee uur uitleg kregen over wat er tentoongesteld was. Onze kring mag fier zijn op deze geleverde prestatie. Een volgende tentoonstelling in dezelfde zaal plannen we voor het najaar. Dan zullen we de meest merkwaardige en esthetisch historische affiches uit ons archief aan het publiek voorstellen

 

Werken in de warande
 
In de buurt van de brug in de warande van Tervuren en in de Franse tuin zijn momenteel werken aan de gang; ze worden uitgevoerd in opdracht van de Regie der Gebouwen. De regie gaf ons volgende informatie over de werken:
 Aard van de werken: aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel.
 Duur van de werken: het einde van de werken in het park van Tervuren is voorzien eind april 2019.
 Werken aan de brug: geen werken aan de brug zelf. Op dit moment is de brug wel afgesloten omdat de werfzone de toegang verspert.
 Opdrachtgever: Regie der Gebouwen voor POD Wetenschapsbeleid.
 Aannemer: Denys nv.
 Reden van uitvoering: tweeledig. Ten eerste om de afwatering van het regenwater en het afvalwater van het vernieuwde historisch museumgebouw te voorzien. Ten tweede om een gescheiden rioleringsstelsel voor het
CODA-gebouw te realiseren.
De Regie heeft maatregelen genomen om de impact zo klein mogelijk te houden, maar werken veroorzaken altijd hinder. Tot en met april zullen de trappen naar het Africamuseum niet kunnen gebruikt worden. Vanaf midden maart zal het mogelijk moeten zijn om via het oostelijk gelegen wegje (t.o.v. de trappen) richting spiegelkom te stappen. T.e.m. die periode wordt aangeraden om een wandeling naar de vijvers via de bospaden om te leiden. De route rond de spiegelvijver zal vermoedelijk begin maart vrijgegeven worden.
Als u meer informatie wenst over de projecten van de Regie der Gebouwen in Tervuren, raadpleeg dan de websites:
 
https://www.regiedergebouwen.be/nl/projects/sint-hubertuskapel
https://www.regiedergebouwen.be/nl/projects/africamuseum
 
Met dank aan Tine Deckers, attaché communicatie Regie der Gebouwen en ir. Michaël Nelissen,
attaché Regie der Gebouwen Vlaanderen Regio Oost (VRO).
ED

 

 

(top)

Van de kring


(top)

Reacties

 

(top)

Schenkingen en aanwinsten

Aanwinst van twee interessante kaarten
Via het Nationaal Geografisch Instituut kwamen we in het bezit van de afdrukken van twee interessante kaarten over Tervuren en omgeving.
De eerste dateert uit de zgn. Hollandse Periode (1815-1830). Bij de hereniging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden na de Slag bij Waterloo wilden de bestuurders een reeks degelijke geografische kaarten hebben van onze gewesten. Ze grepen dus naar de Oostenrijkse Ferrariskaarten, maar vulden ze aan en verbeterden ze. Dit gebeurde tussen 1820 en 1830. Omdat de scheiding van de kaarten zich situeert net boven het grondgebied van Tervuren-centrum hebben we dus deze kaart in twee delen.
Na de Belgische onafhankelijkheid drong zich een gelijkaardige vraag op en begin 1840 werd er een eerste vorm van een geografisch instituut opgericht. Onze 2e kaart dateert uit 1847 en komt van dat instituut. Het gaat hem eigenlijk om drie kaarten: het Tervuren van voor 1977, Duisburg en Vossem.
 
Een schilderijtje van het verdwenen huis ‘Hertog Jan’
Medelid Lieve Depré schonk ons een schilderijtje van Leon Huleu. Het stelt het verdwenen pand Hertog Jan in de Klarastraat voor. Dat huis houdt verband met de geschiedenis van onze Heemkundige Kring, die zoals bekend officieel gesticht werd in 1946. Onder impuls van pastoor Davidts en plaatselijke verzamelaar Marcel Drabs slaagde men erin om mevrouw Huybrechts, die in de Hertog Jan woonde, te overtuigen om haar winkelruimte op de benedenverdieping ter beschikking te stellen van onze kring voor een eerste heemkundig museum. De opening had plaats op 24 maart 1951. Nadat de gemeente het pand had aangekocht, werd het in 1955 gesloopt. Vanaf dat ogenblik kwam er parkeerruimte en kreeg men ruimer uitzicht op de Sint-Janskerk.
 
Jan Geeraerts schenkt ons enkele ‘pareltjes’ van ‘Oud Tervuren’, programmaboekjes en een reglement in boekvorm van de ‘Koninklijke Koormaatschappij de Verenigde Ambachtslieden’
 
Mevrouw Vandenplas, echtgenote Van Rossum, schenkt ons een collectie fiches met Tervuurs dialect, fiches met verklaring van bijnamen van Tervurenaars, fiches met woordverklaringen en fiches met vondelingen. Het is een verzameling door haar vader, Karel Vandenplas, aangelegd.
 
Frans Roeykens was de grootvader van Francis, Julienne en Greta Craps. Hij woonde in Vossem en was in 1914 trompetter en later brigadier  bij de derde batterij vestingartillerie in Antwerpen. Bij de val van Antwerpen werd hij door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt en verhuisde van kamp naar kamp: Soltau – Oberlaken – Soltau – Dinslaken – Friedrichsfeld – Göttingen tot 1918. In dat laatste kamp probeerden de Duitsers de gevangenen voor zich te winnen en gaven ze hen de kans een opleiding te volgen. De gevangenen kregen ook  materiaal om zich bezig te houden, bijvoorbeeld om te schilderen.
De kleinkinderen van Frans Roeykens gaven voor onze tentoonstellingen over de Groote Oorlog in 2014 en 2018 een vijftiental in gevangenschap gemaakte schilderijen en tekeningen en meerdere voorwerpen in bruikleen, zoals een kelk en een wijwatervat, gemaakt van een drinkbus, enkele doosjes, een lepel met erin gegraveerd: “mijn soepproever in gevangenschap”. Nu beslisten Francis, Julienne en Greta Craps om alle schilderijen en tekeningen die hun grootvader in het krijgsgevangenenkamp van Göttingen maakte, aan de Kring te schenken. Bij die zeer interessante schilderijen is er een portret van Frans Roeykens, door een medegevangene gemaakt, en twee schilderijen die bij elkaar horen: op het ene dicteert een invalide soldaat een brief aan een verpleegster, op het andere lezen de ouders van de soldaat de brief. We zijn de kleinkinderen van Frans Roeykens erg dankbaar voor deze mooie en zeer interessante schenking.

Hartelijk dank aan de schenkers

(top)

Necrologie