Het archief van de Horen.


Om de 100-jarige herdenking van het einde van de Grote Oorlog nog een laatste maal in het daglicht te brengen, deze tekst van Armand Schepens uit De Horen nr. 6 van 1981.

 

Elf november

Met deze bijdrage heb ik geenszins de bedoeling de patriot uit te hangen, maar wil ik alleen maar wijzen op een volksgebruik dat in onze moderne context verwaterde of verloren is gegaan. De viering van de wapenstilstand, die haar hoogtepunten kende in de twintigerjaren en nog eens opflakkerde in het begin der jaren dertig, toen ons land een eeuw onafhankelijkheid herdacht.
Een der gruwelijkste wereldoorlogen lag nog vers in ieders geheugen en alle wonden, lichamelijke en morele, waren nog niet geheeld. Ondanks alle goede voornemens en de leuze “Nooit geen oorlog meer”, bleef er bij de Belgen toch nog de drang ‘erbij te zijn’ op een nationale feestdag.
Op deze 11e november dan, werden bijna alle huizen in steden en dorpen getooid met de driekleur en in sommige streken hadden reeds enkele mensen de moed de leeuwenvlag te hijsen. Dat bood wel een feestelijke aanblik en het fleurde de straten onder een grijze novemberhemel wat op.
In de klas, want toen liepen we nog school die dag, gaf een leerkracht even voor elf uur het korte relaas van de oorlog 1914-1918 en de betekenis van de wapenstilstand. Te elf uur stonden we dan recht naast onze bank om één minuut stilte in acht te nemen.

In een stad als Brussel kon die dag niet onopgemerkt voorbijgaan. Overal feestelijke bevlagging en veel volk langs de reisweg van het kasteel van Laken naar de Congreszuil waar niet alleen de koning, doch ook de voltallige koninklijke familie werd verwacht voor het graf van de onbekende soldaat. In het park van Brussel stond een batterij artillerie opgesteld.

Klokslag 11 uur begonnen alle klokken in de stad traag te luiden, waarbij de grote bromklok uit Sinte-Goedele treurnis over de straten en pleinen scheen uit te strooien. Alle fabrieken en werkplaatsen lieten hun sirenes loeien om hun personeel uit te nodigen het werk één minuut stil te leggen.
In gans de stad viel het verkeer als bij toverslag stil, trams, bussen, auto’s, ja zelfs veel voetgangers bleven ter plaatse staan. Het was alsof een fee met een teken de stad had doen inslapen.
In de doodse stilte die daarop volgde, weerklonken tien salvo’s van de kanonnen in het park. Na het laatste schot scheen de stad weer wakker te schieten en zette alles zich weer in beweging. Het was wel de moeite waard zoiets eens te beleven.

Doch met de tijd raakte dit gebruik in de vergetelheid. De vlaggen verdwenen, het verkeer raasde verder en de scholen en sommige werkplaatsen kregen vrijaf. Nu schijnt men zich soms af te vragen waarom aan de officiële gebouwen onze driekleur wappert naast de vlag van de taalgemeenschap en men kijkt verwonderd naar een groepje oud-strijders die een toorts, ‘le flambeau sacré’, van gemeente tot gemeente draagt.

Eenmaal nochtans hebben we onze huizen nog eens feestelijk bevlagd, dat was begin september 1944. Remember?

A. Schepens