Het archief van de Horen.


Een artikeltje uit de oude doos van Louis Poinet, die van 1974 tot aan zijn dood in 1982 ondervoorzitter was van onze kring. Duidelijk nog geschreven met een romantische kijk op de geschiedenis en gespeend van enige zuiverheid in de leer: tegenwoordig geven we toe dat er geen vaststaand bewijs is voor de situering van Hubertus’ overlijden in Tervuren. Maar in 1974 kon dat nog gebruikt worden om enige gewichtigheid te verlenen aan zekere aanspraken. Het was ook een tijd van de ‘dubbele spelling’, waarmee de K in Cultuur nog goed te praten viel. Ondertussen weten we ook dat niet Karel van Lorreinen maar Albrecht en Isabella zorgden voor een ommuring van de warande… en in 1974 werd al de terugtrekking van Landsverdediging aangekondigd in Tervuren.

Het hoefijzer… kultureel centrum?

In de maand juni jl. heeft de Kulturele Raad op verzoek van het gemeentebestuur, advies uitgebracht over de vestigingsplaats en eveneens de inhoud van een in de gemeente in te planten Kultureel Centrum. Dit advies sluit aan op de degelijke en omvangrijke studie, die de socioloog Johan Nootens hierover gemaakt heeft.

De Kulturele Raad is van oordeel, om meerdere redenen ook financiële, dat de nodige stappen bij de bevoegde overheid dienen gedaan te worden om in onze gemeente de vestiging te bekomen van een Rijks-Kultuurcentrum.

Als vestigingsplaats zou het gebouwencomplex van het Hoefijzer, waarbij het schiereiland met de Sint-Hubertuskapel behoort, bij voorkeur in aanmerking komen. Deze wens van de Kulturele Raad, het Hoefijzer een andere bestemming te zien krijgen dan de huidige en het opnieuw in te schakelen in het kultuurleven van de gemeente, willen we hier graag even benadrukken.
Gans het gebouwencomplex en zijn omgeving bezit een grote kultuurhistorische waarde. Het heeft steeds deel uitgemaakt van het kultuurpatrimonium van de Vuurse bevolking en het staat in nauw verband met de geschiedenis van het graafschap Leuven en het hertogdom Brabant. Bovendien is het op die plaats dat Hubertus, bisschop van Maastricht, pop 30 mei 727 is overleden. Dit gebeuren zal voor onze gemeente van een bijzonder belang zijn, daar zij onder de naam ‘Fura’ vemeld wordt in de ‘Prima Vita Hugberti’, uitgegeven rond 745 en aldus in de geschiedenis treedt. Het overlijden van Hubertus zal ook Vuren doen uitgroeien tot een centrum van verering van de heilige. De huidige Ommeganck is er de voortzetting van.

Waar het mansio van Hubertus stond (op het schiereiland) werd in de loop der eeuwen druk gebouwd. In de IXe eeuw werd er een vesting tegen de Noormannen opgericht, die door hen dan ook prompt verwoest werd. Een nieuwe burcht, met vier torens, wordt tijdens krijgsverrichtingen in 1170 door de brand vernield. Na 1190 zal Hendrik I met de wederopbouw aanvangen. Hij bouwt in de nabijheid van het kasteel ook een kerk en is zo onwillekeurig de aanlegger van ons huidig dorpscentrum.
Door veranderingen en uitbreiding zal de sobere woning van Hendrik I uitgroeien tot een imposant kasteel, waar onze graven, hertogen en prinsen graag verbleven. De nabijheid van het wildrijke Zoniënbos was hier ook niet vreemd aan.

Al de namen vermelden van hen die hier verbleven of woonden of in onze kerk begraven werden, zou ons eveneens verplichten over hun daden en belevenissen iets te vertellen, wat niet mogelijk is. Graag vernoemen wij de aartshertogen Albrecht en Isabella die de huidige Sint-Hubertuskapel lieten bouwen. Tijdens grootse feestelijkheden werd de kapel in 1617 ingehuldigd.

Eveneens moeten we melding maken van Karel van Lorreinen, die veel te Vuren verbleef en er in 1780 op het kasteel is overleden. Hij liet de warande ommuren en kazernes en stallingen bijbouwen. Het zijn deze gebouwen die omwille van hun vorm, in de volksmond het Hoefijzer worden genoemd.
Na het overlijden van Karel, komt in 1781, uit Wenen het bevel van Jozef II het kasteel af te breken: de onderhoudskosten liepen te hoog op. Alleen het Hoefijzer ontsnapte aan de afbraak.

Tijdens de Franse Revolutie wordt alles staatseigendom. Keizer Napoleon zal in 1807 een paardenstoeterij in de gebouwen onderbrengen wat eveneens door de prins van Oranje gedaan wordt tijdens het Nederlands bestuur. Na 1830 blijven de gebouwen staatseigendom. Achtereenvolgens en tot op heden worden zij dan in bruikleen afgestaan aan de rijkswacht en het Belgisch leger.
Op dit ogenblik is het niet uitgesloten dat in een zeer nabije toekomst, de gebouwen vrijkomen. Het ministerie van Landsverdediging is op meerdere plaatsen moderne kazernes en gebouwen voor al zijn diensten aan het oprichten. Nu reeds wordt de sportinfrastruktuur in het Hoefijzer niet meer gebruikt: al de sportaktiviteiten werden immers overgeplaatst naar de nieuwe sporthall te Duisburg.
Er bestaat enerzijds een reëel gevaar dat het ganse gebouwencomplex in vreemde handen zou overgaan bij een plots vertrek van Landsverdediging. De Kulturele Raad hierbij gesteund door al de toegetreden verenigingen en misschien wel in de eerste plaats door onze heemkundige kring, is dan ook van oordeel dat deze gebouwen bij voorkeur in aanmerking komen voor het inplanten van het Kultureel Centrum.

Mits kleine wijzigingen zouden de gebouwen ingericht kunnen worden voor allerlei aktiviteiten op lokaal en ook nationaal vlak. Na de afbraak van de glazen loods zou de binnenplaats opnieuw in de verlenging komen te liggen van de Kasteelstraat en de verbinding met de Markt zou terug tot standkomen. Ook zou men van aan de vrijheijdsboom een prachtig zicht hebben over al de vijvers.

Op het schiereiland zou men door middel van lage muurtjes of op een andere wijze het grondplan van het verdwenen kasteel kunnen aanduiden wat naast de toegankelijk gemaakte Sint-Hubertuskapel een werkelijke aanwinst op heemkundig en ook op toeristisch gebied zou betekenen.

L. Poinet.

POINET, L., ‘Het Hoefijzer... Kultureel Centrum?’, De Horen, 1 (1974), nr. 5, 146-149.