Het archief van de Horen.


Uit De Horen nummer 6 van 1980, p. 228-229, voor deze gelegenheid een lied en een verhaal van Drie Koningen. Wat eenieder er moge van denken, dit blijft alleszins toch een mooi verhaal.

 

Van Melchior, Gaspar en Balthazar naar Herodes…

Het was guur en koud… en heel het Brabantse land lag onder de sneeuw gepakt… Melchior, Gaspar en de zwarte Balthazar waren uit het oosten gekomen. En de kleine koninkjes die hen volgden, hadden gouden kronen gemaakt en draaiende sterren en zij hadden de mooiste kleren aangetrokken die ze in moeders kleerkast konden vinden. En zij maakten een kaarsenlantaarn om de weg te verlichten als zij van huis tot huis gingen om te zingen en te vertellen dat de Heer Jezus geboren was en hoe die boze Herodes hen wilde verschalken. Herodes nu, was afgunstig want men had hem verteld dat een klein kindje geboren was in een stal en dat hij koning der Joden zou genoemd worden. De drie koningen gingen naar Bethlehem en vonden het kind en zijn moeder en zij zeiden: Maria, vlucht spoedig weg want Herodes zal het kindje doden. Toen zadelde Jozef een ezel en zij vluchtten.

EEN DRIEKONINGENLIED

Hier komen wij aan met onzen lantaarn
Wij zoeken den heer en hadden hem gaarn
Wij klopten al aan Herodes zijn deur
Herodes de koning kwam zeleves veur
Herodes de koning sprak met een vals hart:
Wat ziet er de jongste van drieën toch zwart.
Hij ziet er wel zwart maar hij is er toch schoon.
Hij vlocht er van vreugde een gouden kroon.
In Bethlehem de schone stad
Waar Maria met haar klein kindeke zat.

En zij vluchtten naar een ver land waar Herodes hen niet kon vinden.
Maria die moest er den weg beklimmen.
Daar hoorde zij de heilige Drie Koningen zingen.
De heilige Drie Koningen zongen zo schoon.
Zij vlochten van vreugde een kroon.